“Ik zal toch niet onsterfelijk zijn?”

1 december 2016
“Ik zal toch niet onsterfelijk zijn?”
Een nieuwe dag, een nieuw middagjournaal. De hele week komt dat van de enige echte Sinterklaas.
"Ik zal toch niet onsterfelijk zijn?"

Nog een weekje en dan ben ik jarig. Ik heb inmiddels een leeftijd bereikt die je in eeuwen kan uitdrukken. Een ongewoon hoge leeftijd, zeg maar. Gisteren overviel mij wat dat betreft een sombere gedachte: “Ik zal toch niet onsterfelijk zijn?”

Ik probeerde het mij voor te stellen. Dat ik over honderdduizenden jaren, als de mensheid al lang is verdwenen en de wereld wordt beheerst door gemuteerde knaagdieren of wezens van een andere planeet die op inktvissen lijken, dat ik hier dan nog steeds zou rondlopen. In een wereld zonder daken, zonder paarden, zonder kinderen, zonder stoomboten en zonder voetbal op de televisie.

Nee, niet dat ik naar het einde snak. Zeker niet. Vaak, als ik te paard op hoge daken de najaarswind trotseer, voel ik diep in mij de levensvreugde kolken en bruisen. En dan denk ik: ik hoop dat ik dit werk nog vele honderden jaren mag doen.

Ja, dat hoop ik. Maar dat er ooit een einde aan komt, is een geruststellende gedachte in het licht van die gemuteerde knaagdieren en zo.
Hoewel, die knaagdieren en die inktvissen van een andere planeet zullen vast ook wel kinderen hebben. En ik heb mij al vaker aangepast aan nieuwe omstandigheden.