Korneel De Clercq kiest de beste poprock

29 december 2016
Korneel De Clercq
  • Soft Hair - Lying has to stop

Ik hou van brekende ritmes en laat dat dit jaar blijkbaar nogal hip geweest zijn. DD Dumbo met Walrus vond ik geweldig, met een soort van woestijnbluessfeertje, Robbing Millions, die Brusselse psychrockers ook al en deze van Soft Hair, ook. Het soort van nummers waarop je non-stop, met je hoofd een C in de lucht snijdt en dan op repeat klikt. Connan Mockasin en LA Priest waren apart al geweldig, maar hebben echt een goeie soulmate in elkaar gevonden.

  • Kate Tempest - Ketamine for Breakfast 

Ik heb een verschrikkelijk geheugen, dus het is ook makkelijker om even terug te gaan naar de voorbije weken, waarin ik de tijd heb genomen om eens flink naar het album van Kate Tempest te luisteren, Let them eat chaos. Wat een schijfje uitgepuurde poëzie. Bundels zijn niet aan mij besteed, maar dit is funky en rauw en emotioneel tegelijkertijd. En je kan er toch nog goed op fietsen en dan heb je bij mij altijd een wiellengte voorsprong.

  • Wilco - If I Ever Was a Child

Ik ben geen papa, ben onder de dertig en toch kies ik voor Wilco. Dat kan verbazen, want Wilco is het archetypische voorbeeld van dadrock: net rustig genoeg om de kinderen niet wakker te maken en virtuoos genoeg om te bewonderen als amateurgitarist. Maar ik hou zo van de americanasfeer die ze oproepen, de zachte stem van Tweedy, het tikkende gitaargeluid van Nels Cline. De domme titel van hun plaat Schmilco snap ik als niet-papa nog niet: 'dadhumor'.