Novemberblues

25 november 2016
Novemberblues
Een nieuwe dag, een nieuw middagjournaal. De hele week komt dat van schrijver en voormalig VRT-journalist Bavo Claes.
MIDDAGJOURNAAL 25/11

Ik kijk uit het raam naar de achtertuin. Een maand geleden begon de mot in de magnolia te komen, intussen is hij onverbiddelijk kaalgewaaid. De hardvochtigste maand van het jaar is niet april, zoals T.S.Eliot dichtte, maar november. Je kunt ook moeilijk anders verwachten van een maand die begint met Allerheiligen en Allerzielen, twee dagen die de dood op een piëdestal zetten.

Mijn moeder is gestorven vlak voor Allerheiligen, ik was toen net 15 geworden, dus vraag me niet november een prettige maand te vinden. Zoals je soms een liedje niet uit je hoofd kunt zetten, zo word ik elke november geplaagd door die regels van Gezelle, die we destijds wel in de klas gelezen zullen hebben: Traagzaam trekt de witte wagen / door de stille straten toen, / en 't is weenen, en 't is klagen / dat ze bin' de wijte doen! Ik weet het, het klinkt veel mooier in het West-Vlaams, maar dat ben ik niet machtig – misschien in een volgend leven.

Ik lag in mijn bed, en in het holst van de nacht werd ik wakker doordat mijn vader in de slaapkamer ernaast als een gek aan het proberen was mijn moeder tegen beter weten in terug te schreeuwen uit de dood. Ik heb die aangrijpende ervaring beschreven in mijn roman Vijftig, waar het een jeugdherinnering is van het vrouwelijke hoofdpersonage.

En of dat allemaal nog niet volstond, is dit jaar zomaar plompweg midden in november Leonard Cohen gestorven. Hij doet me altijd terugdenken aan mijn studententijd, aan een doorwaakte nacht, en een onbestemd, onbeschrijfbaar hartzeer over wat we dan maar de tragiek van het bestaan zullen noemen... De ochtend dat de radio het nieuws van Cohens dood brengt, zeg ik tegen mijn vrouw: nu zijn wíj aan de beurt. Ze doet haar best om door middel van de betrokken geboortejaren min of meer overtuigend aan te tonen dat ik overhaaste conclusies trek.

Ik kijk uit het raam, deze keer aan de straatkant. Aan de overzijde is een man bezig honderd, tweehonderd omwonenden te koeioneren, door de gevallen bladeren bij elkaar te blazen met een machine die een heidens lawaai maakt. Eigenlijk blaast hij de blaren alle kanten op, ik moet aan Annie Romein-Verschoor denken, die stof afnemen ooit omdoopte tot stof verdélen. Hoe dan ook, bladeren bij elkaar hárken is helemaal passé. Ik stel me zo voor dat die bulderblazende man zich straks, na gedane arbeid, naar de fitnessclub spoedt, om wat lichaamsbeweging te nemen.