The Rolling Stones - Blue & lonesome

12 december 2016
The Rolling Stones - Blue & lonesome
The Rolling Stones maken hun eerste nieuwe studioplaat in meer dan 10 jaar. Ze klinkt lekker ouderwets, en toch hadden ze deze plaat vroeger niet kunnen maken.

'Blue & lonesome' werd in drie dagen tijd opgenomen in de British Grove Studios in West Londen. Eigenlijk ontstond de plaat per ongeluk. Samen met producer John Was waren The Rolling Stones aan een nieuw nummer aan het werken, maar dat vlotte voor geen meter. Waarop Keith Richards zei: "laten we Blue & lonesome spelen", gewoon om hun zinnen te verzetten. Gelukkig drukte technicus Krish Sharma op record: wat je hoort is de eerste en enige take van het nummer.

En het is er meteen boenk op. Strak én tegelijk slordig, zoals alleen de Stones dat kunnen. Een heel hechte groepssound, decennia lang geperfectioneerd. En zeer opvallend: Mick Jagger is niet alleen goed bij stem, maar ook uit-ste-kend op mondharmonica. Had Keith Richards in zijn autobiografie 'Life' niet geschreven dat hij Jagger graag wat vaker op mondharmonica had willen horen?

Op 'Blue & loneseome' komt hij ruimschoots aan zijn trekken. Jagger toetert er op los in maar liefst 9 van de 12 tracks. Ook niet toevallig: 4 van die 9 nummers zijn van Little Walter, zowat de oerbluesmondharmonicaspeler. Anders gezegd: in niet meer dan 3 nummers zitten gitaarsolo's en - nog vreemder - 2 van die 3 zijn van de hand van ... Eric Clapton. Die was toevallig bezig in de studio ernaast, vandaar. Zijn sound is herkenbaar, maar het nonchalant-efficiënt gitaarspel van vooral Keith Richards en in grote mate ook Ronnie Wood is dat des te meer. Voeg daar nog de jazzy, maar superstrakke drumpartijen van Charlie Watts aan toe, én de bas van Darryl Jones (al sinds het vertrek van Bill Wyman in 1993 hun vaste live-bassist) en je weet dat dit een geweldig groepsgebeuren is. Met een minimum aantal takes live on tape, lekker ouderwets en helemaal zoals het hoort.

Kortom, The Rolling Stones hebben in jaren niet zo doorleefd, eerlijk en authentiek geklonken. Omdat ze nu zelf op de leeftijd gekomen zijn waarop ze deze bluesnummers niet spelen, maar zijn. Uiteraard ook door hun ervaring van meer dan een halve eeuw. Het jongste nummer op de plaat dateert oorspronkelijk uit 1971 (Everybody knows about my good thing van Little Johnny Taylor), er zijn er twee uit halfweg de jaren '60 en al de andere zitten tussen 1955 en 1960, met name dus de jaren waarin Jagger/Richards en toen ook Brian Jones hun muzikale smaak vormden. Veel meer back to the roots kan je niet gaan.

Jagger/Richards anno 2016