Van Billie Holiday tot B.B. King

7 november 2016
Michael Jackson

41. Billie Holiday: Strange Fruit

Een van de meest aangrijpende protestsongs ooit. Holiday zingt immers over een lynchpartij in de zuidelijke staten met “blood on the leaves and blood at the root.” Toen Billie Holiday ‘Strange Fruit’ voor de eerste keer zong in de New Yorkse Café Society, was er enkel een spot op haar gezicht gericht. Ze had erop aangedrongen dat de kelners niet meer opdienden tijdens het nummer en dat de bar even droog werd gelegd. Het publiek was van slag. Sommigen waren diep ontroerd, maar anderen reageerden verontwaardigd. “Dit is geen entertainment meer,” riep iemand. Ook platenfirma Columbia vreesde geschokte reacties van het blanke publiek en wou de song niet uitbrengen. Billie mocht in april 1939 het nummer wel opnemen voor het kleine Commodore-label. Ondanks de controverse haalde de single de Top 20, maar cynici beweerden dat het succes vooral te danken was aan de B-kant ‘Fine and Mellow’. En zoals verwacht kon worden, weigerden heel wat radiostations het nummer te draaien. Intussen is ‘Strange Fruit’ Billie Holiday’s bekendste song. Ook Nina Simone, Diana Ross, Sting, Robert Wyatt, Tony Bennett, Cassandra Wilson en vele anderen namen hem op.
 

42. Buddy Holly: Peggy Sue

Volgens rockjournalist Dave Marsh staan de meest opwindende drumbeats uit de geschiedenis van de rock-‘n-roll op ‘Peggy Sue’ van Buddy Holly. De gebrilde zanger moest het beste van zichzelf geven om er met zijn zachte stem en zijn ‘hikkende’ frasering bovenuit te komen en ook de gitarist had moeite om het ritme bij te houden. “Maar ja,” schrijft Marsh, “als je een song wilt schrijven over het meisje van je beste vriend, kan je maar beter snel zijn.” In november 1957 stond ‘Peggy Sue’ op de derde plaats in de Amerikaanse hitparade. Er kwam snel een vervolg, ‘Peggy Sue Got Married’, waarin duidelijk werd dat de hoofdfiguur het meisje van zijn dromen nooit een trouwring over haar vinger zou schuiven. Zelf stapte Holly wel in het huwelijksbootje, maar lang duurde zijn geluk niet. Samen met zijn collega’s Ritchie Valens en The Big Bopper kwam hij op 3 februari 1959 om in een vliegtuigongeluk. Hij was 22. The day the Music died!
 

43. John Lee Hooker: Boom Boom

Op de cd ‘The Best Of Friends’ van John Lee Hooker staan samenwerkingen met Eric Clapton, Ry Cooder, Robert Cray, Ben Harper, Los Lobos, Van Morrison, Bonnie Raitt, Carlos Santana en anderen. Allemaal zijn ze op de een of andere manier schatplichtig aan de blues- en boogiegigant die met ‘Crawling King Snake’, ‘I’m In the Mood’, ‘Dimples’, Boogie Chillun’ en ‘Boom Boom’ stampvoetende klassiekers op plaat zette. Meer dan een of twee akkoorden had hij meestal niet nodig om indruk te maken.

 

44. Whitney Houston: I Wanna Dance With Somebody

Tijdens talentenjachten allerhande hebben overmoedige kandidaten zich meer dan eens vertild aan ‘I Will Always Love You’ van Whitney Houston. Dankzij haar groot stembereik was de dochter van achtergrondzangeres Cissy Houston (denk aan Elvis Presley, Aretha Franklin en Dusty Springfield) dan ook een zangeres hors categorie. Ze kreeg snel de status van superster, maar de roem was moeilijk om dragen en ze nam almaar meer haar toevlucht tot pillen en drugs. Ze was 48 toen ze levenloos aangetroffen werd in het bad van haar hotelkamer in Beverly Hills.
 

45. Michael Jackson: Billie Jean

‘Billie Jean’ is een van de zeven (!) singles uit ‘Thriller’, wellicht het best verkochte album aller tijden. De clip van ‘Billie Jean’, volgens Michael Jackson een liedje over een groupie, was het eerste filmpje waarin een zwarte artiest centraal stond dat een hoge rotatie kreeg op MTV. Zo sneuvelde toch weer een raciale barrière. Producer Quincy Jones en de King of Pop waren het niet altijd eens over de opbouw van de song. Zo wou Jones de pompende basintro inkorten. “Afblijven,” zei Jackson, “precies door dat stuk krijg ik zin om te dansen.” Die onweerstaanbare baslijn haalde de superster trouwens uit ‘I Can’t Go For That (No Can Do)’ van Hall and Oates. Daryl Oates vond dat helemaal niet erg. Integendeel, hij was vereerd dat Jackson met zijn materiaal aan de haal ging: “Leentjebuur spelen, dat doen we toch allemaal!”
 

46. Etta James: Something’s Got a Hold On Me

Etta James kreeg pas een zekere bekendheid buiten het blues- en soulcircuit toen het liedje ‘I Just Want To Make Love To You’ in 1996 gebruikt in een tv-spot voor Coca Cola. Haar grootste successen zoals ‘At Last’, ‘I’d Rather Go Blind’ (gecoverd door Chicken Shack), ‘Tell Mama’ en ‘Something’s Got a Hold On Me’ verschenen op het Chess-label. Wegens drugproblemen verdween ze geruime tijd uit de spotlights, maar in de jaren ’80 maakte ze een mooie comeback. 
 

47. Billy Joel: Allentown

Een liedje over de teloorgang van de staalindustrie in Pennsylvania. Heel wat fabrieken gingen er dicht en Billy Joel leefde mee met de arbeiders die hun job verloren. Oorspronkelijk heette het nummer ‘Levittown’, het stadje waar de zanger opgegroeid was, maar uiteindelijk koos Joel voor ‘Allentown’ omdat dat beter bekte. Naar verluidt schreef de burgemeester een brief naar de singer-songwriter waarin hij hem vroeg een deel van de auteursrechten af staan aan de stad. Hij wou er studiebeurzen mee financieren voor jonge lokale muzikanten. Of de pianoman op die vraag is ingegaan, is niet duidelijk.
 

48. Robert Johnson: Cross Road Blues

Eric Clapton en Peter Green, in de jaren ’60 allebei stergitaristen bij John Mayall’s Bluesbreakers, zijn het erover eens dat de meest invloedrijke bluesmuzikant ooit Robert Johnson is. Allebei brachten ze trouwens albums uit met enkel composities van het onnavolgbare snarenwonder. Johnson stierf toen hij 27 was, vergiftigd door een jaloerse echtgenoot. The Mystery Man of the Blues liet slechts 29 liedjes na, maar ze zijn allemaal tientallen keer gecoverd. ‘Cross Road Blues’ gaat over zijn mythische ontmoeting met de duivel op een kruispunt in Mississippi. In ruil voor zijn geweldige talent verkocht de zwarte Faust hem zijn ziel. Johnson koppelde vingervlugheid en complexe structuren aan intense zang met kopstemuithalen die door merg en been gaan. Alsof de duivel en zijn hellehonden hem echt op de hielen zaten!
 

49. Janis Joplin: Me and Bobby McGee

Met Kurt Cobain, Jimi Hendrix, Robert Johnson en Jim Morrison staan heel wat leden van de beruchte Club 27 in deze lijst. Ook Janis Joplin stierf aan een overdosis toen ze 27 was. Een tragische figuur. Joplin was enorm getalenteerd, maar ook erg onzeker en gecomplexeerd. ‘Me and Bobby McGee’ staat op haar postuum verschenen album ‘Pearl’. 
 

50. B.B. King: Everyday I Have the Blues

‘Everyday I Have the Blues’ was helemaal op het forse lijf van B.B. King geschreven. Als je het bewijs zoekt dat blues niet altijd droevig hoeft te zijn, dan moet je maar eens naar de catalogus van B.B. luisteren. Hij ontwikkelde dan ook een compleet eigen stijl, waarbij hij blues, soepele jazz, aanstekelijke gospel en weemoedige country in een sudderend stoofpotje stopte en intussen zijn gitaar Lucille zachtjes liet janken of wellustig spinnen. Het speelplezier droop eraf. De Ambassador of the Blues sprak daarmee een gevarieerd publiek aan, maar puristen verkozen meestal de rauwheid van John Lee Hooker of Muddy Waters. Toch heeft King grote invloed gehad op een hele generatie stergitaristen, Clapton op kop.

Lijst van artikels