Historisch record: 1 op de 3 kiezers stemde op 26 mei op een andere partij dan in 2014

10 juli 2019
De kiezer is een stuk wispelturiger geworden. Nooit eerder veranderden ze zo massaal van partij als bij de vorige verkiezingen. Een op de drie maar liefst. Dat blijkt uit onderzoek van een consortium van Belgische universiteiten. “De kiezers zijn volwassen geworden. Nu gaan ze écht stemmen.”

Vroeger – lang geleden - was de situatie simpel: je stemde op de partij van de zuil waartoe je familie behoorde. Maar de zuilen zijn verschrompeld en de kiezer is een stuk onafhankelijker en mondiger geworden. Meer dan ooit tevoren, zo bleek op 26 mei. Niet minder dan een derde van de kiezers stemde in 2019 niet voor de partij waarvoor hij of zij in 2014 stemde. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Antwerpen, de KU Leuven en de UCL in Louvain-la-Neuve.

Onderzoeker Patrick Van Erkel (UA): “In de jaren zestig, zeventig, tachtig had je de verzuiling. Maar die is grotendeels weg. De kiezers zijn écht beginnen te kiezen, ze zijn volwassen geworden. De meesten hebben een partij of twee, drie in gedachten waarop ze kunnen stemmen. En daaruit kiezen ze dan op basis van de prestaties van de partijen of de leidersfiguur ervan.”

Weg van de klassieke partijen

In de praktijk leidde dat in mei van dit jaar tot een beweging weg van de klassieke partijen naar vooral Vlaams Belang en, in Wallonië, naar de PTB. Zo blijkt uit een studie van de Universiteit Antwerpen.

De vraag daarbij is natuurlijk ook: wie verloor aan wie? De grootste verschuiving trad op tussen N-VA en Vlaams Belang, de eerste die verloor aan de tweede. N-VA verloor 18,5 procent van zijn kiezers aan Vlaams Belang, wat betekent dat ongeveer een derde van de VB-kiezers vanuit N-VA aangeleverd werd. Ook andere partijen deden hun duit in het zakje: 4,3 procent kwam van CD&V, 4 procent van Open VLD.

Maar ook: Vlaams Belang slaagde er als geen ander in om zijn kiezers uit 2014 bij zich te houden. Maar liefst 89 procent van hun kiezers bleef de partij trouw, een cijfer dat de andere partijen in de verste verte nog niet kunnen benaderen.

Hoe Vlaams Belang de verkiezingen won

Meteen is zo de verklaring gevonden voor de uitslag van 26 mei: de partij die zijn kiezers wist te behouden én er ook nieuwe wist aan te trekken, heeft gewonnen.

De andere partijen slaagden daar veel minder in, vooral de regeringspartijen. Die wisten elkaar wel wat mensen af te snoepen, maar in zowat alle gevallen was de uitstroom groter dan de instroom. Bij CD&V is die trend nog nadrukkelijker dan bij de andere regeringspartijen N-VA en Open VLD. Opvallend daarbij: N-VA verloor ook veel kiezers aan PVDA. De partij van Peter Mertens haalde 10,8 procent van zijn electoraat bij kiezers die in 2014 nog voor N-VA stemden, terwijl de programma's inhoudelijk toch niet zo veel overeenkomst vertonen.

Wie won de campagne?

We weten wie de verkiezingen won, maar dit onderzoek toont ook aan wie de campagne won. Wie met andere woorden de kiezers die voor de drie weken durende campagne zegden voor deze of gene partij te stemmen, uiteindelijk ook over de streep trok.

De grote verliezer hier is Groen. Ongeveer een derde (33,2 procent) die voor de campagnestart verklaarden voor Groen te stemmen, deden dat uiteindelijk niet. Hadden ze dat wel gedaan, dan had de partij van Meryem Almaci en Kristof Calvo misschien wél de verkiezingen gewonnen, zoals velen voorspelden.

Het gebeurde dus niet. En Groen slaagde er ook niet in dat te compenseren met nieuwe rekruten. De instroom tijdens de campagne was slechts 18,5 procent.

De redenen voor de slechte prestatie van Groen tijdens de campagne zijn niet in de studie opgenomen, die enkel kiezersbewegingen meet, maar ze niet verklaart. Maar ze liggen voor de hand: de onduidelijke communicatie over de bedrijfswagens of over de betonstop. En misschien ook het feit dat het klimaatprotest van jongeren tijdens de campagne over zijn hoogtepunt heen was (of zelfs averechts werkte).

Wanneer besliste de kiezer?

De vraag is: hoe groot is de impact van een campagne eigenlijk? De cijfers suggereren dat dit best niet overdreven is, misschien zelfs dat de werkelijke impact op het uiteindelijke resultaat niet in verhouding is tot het geld dat de politieke partijen erin investeren. In Vlaanderen wisselde 20,8 procent van de partijen tijdens die laatste weken nog van partij, in Wallonië was dat 25,8. Niet min, maar wel een lager cijfer dan het totale aantal overlopende kiezers, dat een op de drie bedraagt.

De belangrijkste trend, het verloop van N-VA naar Vlaams Belang, lag al grotendeels vast voor de verkiezingen. N-VA verloor iets meer (15%) dan ze won (11,2 procent), maar dat zijn eerder lage cijfers. N-VA was de meeste van zijn kiezers al kwijt toen de campagne begon. Zeventig procent wist toen al dat ze niet langer voor de partij van Bart De Wever zou stemmen. En weer eenzelfde trend: Vlaams Belang wist ook tijdens de campagne nog zieltjes te winnen (net als de PVDA overigens).

Hoe dat komt? Migratie, is het antwoord. Volgens onderzoeker Jonas Lefevere kan de verklaring gevonden worden in de periode waarin de regering viel en daarna. "Toen had je de discussie over Marrakech en de zaak-Kucam."

Luister naar Jonas Lefevere, onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen( heeft meegewerkt aan de studie):

Luister naar de analyse van Ivan De Vadder

Bron: vrtnws.be

Radio 1 Select