#10YearChallenge: grappig of toch niet zo onschuldig?

17 januari 2019
Facebook ontkent dat het achter de #10YearChallenge zit, maar het bedrijf zou wel eens handig gebruik kunnen maken van de oude foto’s die gebruikers dezer dagen massaal online delen

Wie in z’n timeline kijkt op Facebook, Instagram of Twitter, kan niet ontsnappen aan de #10YearChallenge: mensen die een foto van 10 jaar geleden online zetten, naast een recente foto van zichzelf.

"Het idee komt niet van Facebook zelf, maar het is mooi meegenomen voor hen" zegt tech-experte Magali De Reu in 'Nieuwe Feiten'. "Zij kunnen deze data bijvoorbeeld doorgeven aan banken, verzekeraars, politie. Voor je het weet worden die beelden gebruikt om serieuze beslissingen op te baseren, of onderzoeken op te doen. Al valt het ook te nuanceren, want heel veel mensen hebben gewoon ook fotoalbums op hun Facebook, met afbeeldingen van hoe ze eruit zagen als kind." Zelf deed De Reu ook mee met de 10 Year Challenge trouwens.

Kate O’Neill, al 20 jaar actief in de technologie- en marketingsector, onder andere bij Netflix, reageerde ook al op de heisa. Ze is gefascineerd door alles wat met data te maken heeft. Ze weet dus wat er allemaal mogelijk is met bestaande technologie, vandaar haar scepsis tegenover de 10 Year Challenge.

(lees verder onder de tweet)

 

Gezichtsherkenning

Facebook heeft intussen al gereageerd op die bedenking. Het Amerikaanse bedrijf ontkent dat het achter de 10 Year Challenge zit. Een woordvoerder zegt dat de meme vanzelf viraal gegaan is en dat er vaak foto’s gebruikt worden die al op Facebook stonden. “Facebook wint hier niets mee”, zegt de woordvoerder, die er ook aan herinnert dat gebruikers altijd gezichtsherkenning op foto’s kunnen uitschakelen.

Ondanks die formele ontkenning is het toch goed om na te denken over wat de mogelijkheden zijn. Dat bedrijven misbruik maken van data is namelijk niet ondenkbeeldig, Denk maar aan het schandaal rond Cambridge Analytica, waarbij via Facebook heimelijk informatie werd ontfutseld van 70 miljoen Amerikaanse kiezers, om die te gebruiken voor de verkiezingscampagne van de Amerikaanse president Donald Trump.

Drie scenario’s

Stel nu dat iemand de berg data van de 10 Year Challenge zou gebruiken om gezichtsherkenningssoftware te trainen, is dat dan per se slecht? Niet noodzakelijk, merkt Kate O’Neill. Ze geeft een aantal scenario’s waarvoor de foto’s gebruikt kunnen worden: nuttige, zakelijke en een ronduit kwaadaardige scenario's.

In het eerste, nuttige, scenario zouden de foto’s van de 10 Year Challenge gebruikt kunnen worden om software te leren hoe kinderen verouderen. Op die manier zou de software ingezet kunnen worden om goede robotfoto’s te maken van kinderen die al lange tijd verdwenen zijn.

Een tweede, meer creepy toepassing zou het zakelijke gebruik zijn van slimme gezichtsherkenningssoftware. Algoritmes zouden getraind kunnen worden om de leeftijd van mensen in te schatten en zo gerichte reclameboodschappen te tonen aan mensen. Als iemand voorbij een reclamebord met ingebouwde camera loopt, zou de advertentie erop aangepast kunnen worden aan de leeftijd van de voorbijganger.

Het derde scenario dat O’Neill in gedachten heeft, gaat nog een stap verder: de software zou door verzekeraars gebruikt kunnen worden om je leeftijd te schatten. Als de computer zou merken dat je sneller dan gemiddeld veroudert, zouden verzekeraars je op basis van die inschatting meer kunnen laten betalen of zelfs kunnen uitsluiten.

In een absoluut, maar niet ondenkbeeldig, bigbrotherscenario zou gezichtsherkenningssoftware door de politie gebruikt kunnen worden om verdachten op te sporen. O’Neill waarschuwt ervoor dat de technologie dan ook misbruikt kan worden om onschuldige mensen, zoals demonstranten en anderen die een doorn in het oog zijn van de politie, te scannen.

Respect

De 10 Year Challenge lijkt dus op het eerste gezicht onschuldig, maar we moeten ons bewust zijn van de mogelijkheden en de gevaren van de technologie die tegenwoordig bestaat en in de toekomst ontwikkeld kan worden.

Kate O’Neill merkt op dat mensen de cruciale schakel vormen tussen de fysieke en de digitale wereld. Interacties tussen mensen en de data die we zelf aanmaken, maken bedrijven slimmer en winstgevender, schrijft ze. Daarom moeten we bedrijven vragen om onze gegevens altijd met het nodige respect te behandelen. Tegelijk moeten we zelf respectvol omgaan met onze eigen gegevens, en er dus bewust mee omgaan, besluit de auteur.

Beluister het gesprek met Magali De Reu in 'Nieuwe Feiten':

Bron: vrtnws.be en 'Nieuwe Feiten'

Lees ook: