40 jaar geleden werd John Lennon doodgeschoten in New York

8 december 2020
Maandag 8 december 1980, exact veertig jaar geleden dus, staat in het geheugen van elke Beatlesfan gegrift. Het is de dag waarop John Lennon vermoord werd. Een verwarde man, ene Mark David Chapman, vuurde vijf kogels op de ex-Beatle af toen hij na een opnamesessie terugkeerde naar zijn appartement in de Dakota Building in hartje New York. Hij overleed op weg naar het ziekenhuis. De moord op muzieklegende John Lennon veroorzaakte wereldwijd een schokgolf van verdriet.

Voor een hele generatie is 8 december 1980 zo’n dag waarvan je nog precies weet waar je was en wat je deed toen je het nieuws vernam: John Lennon is vermoord. Het is nu exact 40 jaar geleden, en het gebeurde in New York, aan de ingang van de Dakota Building waar Lennon woonde met zijn vrouw Yoko Ono en zijn vijfjarige zoontje Sean.

Plaat met Yoko

The Beatles, allicht de meest invloedrijke band uit de geschiedenis van de popmuziek, waren al meer dan 10 jaar uit elkaar. John was samen met Paul McCartney de belangrijkste liedjesschrijver, na de split bracht hij nog succesvolle solo-albums uit – denk maar aan “Imagine”.

Maar sinds 1975 had Lennon geen nieuwe plaat meer uitgebracht omdat hij zich voltijds wilde wijden aan het vaderschap van zijn zoontje Sean. In 1980 was hij weer beginnen opnemen, half november kwam de elpee “Double Fantasy” uit, met afwisselend liedjes van John en Yoko. De plaat werd aanvankelijk lauw onthaald.

De ochtend van 8 november had Lennon (40) thuis nog een fotosessie met de beroemde fotografe Annie Leibovitz van het blad "Rolling Stone". Rond halfvijf ‘s namiddags vertrok hij met Yoko naar de opnamestudio Record Plant om haar liedje “Walking on thin ice” op te nemen.

Handtekening

Een fan, ene Mark David Chapman, vroeg John toen ze uit het appartementsgebouw kwamen om een handtekening te zetten op de “Double Fantasy” elpee. Paul Goresh, een fotograaf en Beatlesfan, legde het moment zelfs vast. 

Dat was niet ongewoon: je kon als popster vrij onopgemerkt rondlopen in New York in die tijd. John was altijd erg bereidwillig en maakte graag even tijd voor fans. John en Yoko werden ook wel eens gesignaleerd in de Upper East Side en in het vlakbij gelegen Central Park.

De buurt wist dat ze er woonden en er hingen altijd wel wat fans rond de Dakota, maar John en Yoko hadden geen lijfwachten en de mensen respecteerden hun privacy. Dat was trouwens één van de redenen waarom Lennon graag in New York woonde. Het was een verademing na de Beatles-periode: overal waar de bandleden verschenen werden ze omstuwd door een waanzinnige en nauwelijks te controleren gillende mensenmassa.

Vijf schoten

Het was al even voor elven toen John en Yoko terugkeerden. Bij het uitstappen stelde Yoko nog voor om iets te eten te gaan halen in de delicatessenwinkel vlakbij. Maar John zei dat hij de kleine Sean eerst wilde gaan instoppen in zijn bedje. Toen hij het gebouw wilde binnengaan, klonken er plots vijf schoten.

Lennon werd door 4 kogels geraakt in de rug en de schouder. Het waren verwoestende dumdum-kogels. Eén ervan doorboorde zijn linkerlong, een andere raakte een slagader. De man die de kogels had afgevuurd bleek achteraf dezelfde Mark David Chapman, die een paar uur eerder om een handtekening had gevraagd. Hij bleef na de aanslag gewoon ter plekke, en ging rustig staan lezen in een pocketuitgave van “The catcher in the rye” van J.D. Salinger.

Lennon bloedde zo hevig dat de toegeschoten politieagenten niet wilden wachten op een ambulance. Ze droegen hem in een politiewagen en reden zo snel ze konden naar het Roosevelt Hospital, nog geen 2 kilometer verderop.

Er is nog een klein half uur geprobeerd om hem te reanimeren, maar hij was bij aankomst in het ziekenhuis eigenlijk al overleden. Getuigen meldden later dat de song "All my loving" van de Beatles speelde op het geluidssysteem van het ziekenhuis toen Lennons dood aangekondigd werd.

Verward

Mark David Chapman (25) liet zich zonder enige tegenstand inrekenen. Zijn motieven voor de moord klonken erg verward. Enerzijds was hij woedend op Lennon omdat hij hem schijnheilig vond. De man die in zijn lied “Imagine” oproept om je te bevrijden van je bezittingen (“Imagine no possessions, I wonder if you can”) baadde zelf in weelde.

Anderzijds verweet hij Lennon godslastering: hij had ooit beweerd dat de Beatles “groter dan God” waren (dat was eigenlijk in een gekscherende opmerking om te beschrijven hoe van de pot gerukt de uitzinnige populariteit van de Beatles was).

Tenslotte had Chapman nog last van een aantal obsessies: onder meer met het boek “The catcher in the rye”, waarin het hoofdpersonage Holden Caulfield een jonge rebel is die zich keert tegen elke vorm van schijnheiligheid.

Lijstje

Chapman had trouwens een lijstje in zijn hoofd van mensen die hij wilde vermoorden. Daar stonden ook Paul McCartney, Elizabeth Taylor, president Reagan en Jacky Kennedy op. Op de dag van de moord speelde David Bowie op Broadway een rol in het toneelstuk “The Elephant Man”. “Ik stond als tweede op zijn lijst”, zei Bowie later.

“Chapman had een ticket voor een plaats vooraan op de volgende avond. Ook John en Yoko hadden voor die voorstelling een ticket op de eerste rijen. De dag na de moord op John waren er dus drie lege stoelen vooraan. Ik kan je niet zeggen hoe moeilijk het was om verder te spelen. Ik heb het einde van de voorstelling maar op het nippertje gehaald.”

Schokgolf

De moord op John Lennon veroorzaakte wereldwijd een schokgolf van verdriet. Het was onbegrijpelijk. Hoe was het mogelijk dat iemand een muzikant wou vermoorden die in zijn liedjes, en daarnaast ook in acties en demonstraties, voortdurend pleitte voor vrede en verdraagzaamheid?

Lennon werd gecremeerd, er was geen begrafenisdienst. Zijn assen werden uitgestrooid in Central Park.

Buiten het Dakota-appartementsgebouw verzamelden zich dagenlang fans die een spontane wake hielden. Uiteindelijk liet Yoko de zingende menigte weten dat ze door hun gezang niet kon slapen. Ze vroeg hen om de komende zondag samen te komen in Central Park en tien minuten in stilte voor John te bidden.

Op zondag 14 December 1980 gaven miljoenen mensen over de hele wereld gehoor aan het verzoek van Yoko en hielden tien minuten stilte in acht ter herinnering aan John Lennon. In zijn geboortestad Liverpool waren het er 30.000. De grootste groep - meer dan 250.000 - kwam samen in Central Park. Op dat moment gingen alle radiostations in New York tien minuten uit de ether. Minstens drie Beatlesfans pleegden zelfmoord.

Strawberry Fields

In datzelfde Central Park is op 9 oktober 1985, de dag dat Lennon 45 zou geworden zijn, een driehoekig gedeelte van 1 hectare ingehuldigd als “Strawberry Fields”.

Het gebied is vernoemd naar het Lennon-McCartney-lied “Strawberry Fields Forever”, dat op zijn beurt weer genoemd is naar het kindertehuis in Liverpool in de buurt waar Lennon opgroeide. De ingang is op Central Park West bij West 72nd Street, direct tegenover de Dakota Apartments waar Lennon het laatste deel van zijn leven woonde. Yoko Ono woont er nog altijd, ze kan het gebied zien vanuit haar raam.

In het midden ligt een cirkelvormig mozaïek van stenen, een replica van een mozaïek uit Pompeï, een gift van de stad Napels. In het midden van het mozaïek staat een enkel woord, de titel van Lennons bekende lied: "Imagine".

Na de moord schoot de "Double Fantasy"-lp van John en Yoko als een speer omhoog in de hitlijsten. De plaat kreeg de titel van "Album of the Year" op de Grammy Awards in 1981. In januari 1981 stond de single "Imagine" van John Lennon op 1 in de hitlijst van het Verenigd Koninkrijk.

Schuldig

Tegen het advies van zijn advocaten in pleitte Chapman schuldig aan de moord. Zijn daad was de wil van God, zo zei hij. Hij werd veroordeeld tot levenslang met een minimum van 20 jaar, met psychiatrische behandeling.

Dat betekent dat hij sinds 2000 om de twee jaar een verzoek tot voorwaardelijke vrijlating mag indienen. Dat heeft hij al elf keer gedaan, het is telkens geweigerd.

Beluister het audioverhaal over John Lennons laatste dag uit 'Byloo':