"45 jaar later weten wij, Turnhout en de wereld niet welke boodschap je toen voor de mensheid in petto had"

28 maart 2021
Hoofdredacteur van Apache Karl van den Broeck schrijft een column voor zijn vader Walter van den Broeck. Hij wordt op zondag 28 maart tachtig en is een begenadigd brievenschrijver. Zijn meest bekende brief is die van 1980 aan Koning Boudewijn. Bij wijze van verjaardagscadeau, schrijft de zoon nu een brief aan de vader. Over een andere brief, van de vader dan weer, van 45 jaar geleden. Die de zoon nooit heeft mogen – en zo graag eens zou – lezen.

Dag pa,

Hoe lang is het geleden dat ik je nog eens een brief schreef? De tijd dat we ‘met onze ar-mp-jes, o-pen, kwa-men aan-ge-lopen’ en verlegen onze nieuwjaarsbrief voorlazen, is vandaag enkel nog een zoete herinnering. Mijn legerdienst is ook al meer dan dertig jaar geleden. Toen schreef ik brieven uit verveling. Onsamenhangende want meestal geschreven met een kater.

Tegenwoordig zijn er de ontelbare mails en de sms’jes en de WhatsApps. Vaak slordige kattenbelletjes vol spelfouten.

Brieven schrijven zit ons nochtans in het bloed. Die extra large versie die jij in 1980 naar koning Boudewijn stuurde is ongetwijfeld de bekendste. Dezer dagen ben je druk bezig met een nieuw boek dat gebaseerd is op honderden brieven uit het familiearchief. Brieven uit Mexico, de VS en de Filippijnen. Ja, als we na een avondje Epibreren naar de horizon turen, durf jij wel eens te poneren dat in het rijk van de Van den Broecken de zon nooit ondergaat. Wij zijn dan wel Kempenaars, maar bescheidenheid staat niet in ons huiswoordenboek.

Je haalde een brief uit je binnenzak en in plaats van die voor te lezen stopte je hem in een loden koker.

Er is één brief die je ooit hebt geschreven die mij al 45 jaar intrigeert. Je schreef hem op vraag van wijlen Eric Antonis die toen het slaperige en gecrispeerde Turnhout in rep en roer zette als directeur van de Warande. Hij had de Belgische kunstenaar Raphaël Opstaele gevraagd om een uniek monument voor zijn cultuurcentrum te plaatsen. Op 8 mei 1976 werd het ingehuldigd: een enorme betonnen kubus met daarop het gevaarsymbool voor radioactiviteit. Ik stond er, als negenjarige, met open mond naar te kijken. Er werd een ladder tegen de kubus geplaatst en jij klom gezwind naar boven. Je haalde een brief uit je binnenzak en in plaats van die voor te lezen stopte je hem in een loden koker. Die werd in een opening in de kubus geplaatst waarna die werd dichtgemetseld.

In de brief – zo had je ons de avond voordien verteld – stond een boodschap aan de Turnhoutenaars van 2100. In de koker zat een klein bolletje radioactief tritium. Dat zou pas in 2100 zijn uitgewerkt zodat de brief pas dan veilig kon worden gelezen.

Dat onze stadsgenoten meer dan een eeuw zouden moeten wachten om jouw boodschap te kunnen lezen, deerde ons niet.

Mijn broer Stefan, moeder en ik dachten er het onze van. Dat onze stadsgenoten meer dan een eeuw zouden moeten wachten om jouw boodschap te kunnen lezen, deerde ons niet. Wij zouden je wel kunnen overtuigen om een kladje dat je ongetwijfeld bewaard had, aan ons voor te lezen.

Viel dat even tegen. Al onze pogingen: slijmen, vloeken, dreinen, dreigen en stampvoeten vielen op een koude steen. Sterker nog: je nam de kladversie en verbrandde ze voor onze ogen in de tuin. De as werd verspreid door de wind.

Na 45 jaar intrigeert de inhoud van je brief me nog steeds.

We zijn vandaag bijna 45 jaar later. En nog steeds weten wij, Turnhout en de wereld niet welke boodschap je toen voor de mensheid in petto had. Al die tijd ben ik er oprecht van overtuigd geweest dat er in het hart van de kubus een gevaarlijk radioactief bolletje zat te tikken. Pas vorig jaar verklapte je me dat het bolletje tritium eigenlijk een likje fluorescerende verf is die vroeger op wijzerplaten van polshorloges werd aangebracht om ook in de duisternis het uur te kunnen aflezen. Compleet ongevaarlijk, dus.

Na 45 jaar intrigeert de inhoud van je brief me nog steeds. Maar toch is er vandaag geen haar op mijn hoofd dat eraan denkt om de kubus open te breken en het geheim te ontsluieren.

Foto van de betonnen kubus die sinds 8 mei 1976 in Turnhout staat en waarin een klein bolletje radioactief tritium én de brief van Walter van den Broeck aan de Turnhoutenaars, die pas mag worden voorgelezen wanneer de radioactiviteit is uitgewerkt; dat is in 2100.
In 2100, lockdown of niet, wandelen we met de hele familie naar de kubus.

Ik heb wel heimwee naar de tijd toen ik nog geloofde dat er in de kubus écht gevaarlijk radioactief tritium stak. Het feit dat ik al die tijd geloofd heb wat je ons in 1976 op de mouw hebt gespeld, is misschien nog het grootste bewijs van. Ja, van wat? Mijn goedgelovigheid of jouw overtuigingskracht?

Laat ons één afspraak maken. In 2100, lockdown of niet, wandelen we met de hele familie naar de kubus. We breken hem open en we lezen je brief. De rest van de stad en de wereld mogen meeluisteren.

Schreef je, zoals in 1980 aan koning Boudewijn: “Voorgoed ontheemd, zijn wij op weg – o ironie! – naar dezelfde onzekere bestemming, naar het niemandsland”.

Je wordt vandaag tachtig. Je hebt nog 79 jaren te gaan tot 2100. Beloofd is beloofd.

Of klinkt het iets strijdvaardiger, zoals in de laatste brief die Jan De Bruycker in Groenten uit Balen naar diezelfde Boudewijn schreef in 1972: “Sire, ik heb nu gezien dat we ’t zelf kunnen klaarspelen. Alléén als ’t moet. Zonder de hulp van gelijk wie”.

Het zal mij benieuwen.

Liefste pa,

Je wordt vandaag tachtig. Je hebt nog 79 jaren te gaan tot 2100. Beloofd is beloofd.

Beluister de column van Karl van den Broeck voor 'De toestand is hopeloos, maar niet ernstig' via Radio 1 Select.

Ontdek ook de andere columns uit deze uitzending: