70 jaar geleden: de pijnlijke geboorte van India en Pakistan

14 augustus 2017
In India en Pakistan wordt herdacht dat die staten 70 jaar geleden onafhankelijk werden van het Britse rijk. Dat gebeurde echter te midden van een grote vluchtelingencrisis en een bloedbad tussen hindoes, moslims en sikhs. De nieuwe staten raakten al snel slaags en zouden drie oorlogen uitvechten. Vandaag zijn de "frères-ennemis" nog altijd rivalen en bovendien kernmachten.

Brits-India was officieel ontstaan in de 19e eeuw, maar was een voortzetting van het koloniale imperium dat de East India Company de vorige twee eeuwen op het Indische subcontinent had uitgebouwd. In de 19e eeuw werd dat gebied overgenomen door de Britse overheid.

Het verhaal van de lange en meestal vreedzame onafhankelijkheidsstrijd onder advocaten zoals Jawaharlal Nehru en "Mahatma" Gandhi, Mohammed Ali Jinnah en vele anderen gaan we hier niet vertellen, maar na de Tweede Wereldoorlog was het duidelijk dat de tijd van de "British Raj" voorbij was.

Begin 1947 maakte de socialistische premier Clement Attlee bekend dat de onafhankelijkheid snel een feit moest zijn.

Londen zou de "parel aan de kroon" zonder slag of stoot opgeven. Probleem was: aan wie?

Behalve onder de keizersdynastieën van de Maurya, de Gupta en die van de Groot-Moghuls was India historisch meestal politiek verdeeld in staten en rijken, al even verscheiden als de etnische en religieuze scheidingslijnen. De Britten hadden in de 19e eeuw de facto de kroon van de Moghul-keizers min of meer overgenomen toen koningin Victoria keizerin van India werd.

Naar twee staten: een seculiere en een islamitische

Met het einde van het Britse koloniale gezag in zicht, waren de spanningen tussen die verschillende groepen in India fors toegenomen. De grote spanning deed zich voor tussen tussen het Congres, een seculiere beweging rond Nehru en Gandhi, en de Moslim Liga van Mohammed Ali Jinnah.

Die laatste vreesde dat de grote moslimminderheid in India gediscrimineerd zou worden door de overgrote hindoemeerderheid, ook al zou de staat officieel seculier worden. De spanning leidde tot bloedige rellen tussen de twee groepen in de grote steden en op het platteland. Deels waren die spontaan uit angst en weerwraak, maar anderzijds werden ze ook aangewakkerd door bendes met politieke bedoelingen.

De eis van de Moslim Liga voor een eigen moslimstaat "Pakistan" (Land van de zuiverheid/heiligheid) vond tenslotte gehoor bij de Britten en in juni 1947 lanceerde de Britse onderkoning Lord Mountbatten zijn plan waarbij Brits-India na de onafhankelijkheid verdeeld zou worden in twee staten: het seculiere India en het islamitische Pakistan, dat laatste in gebied waar de moslims in de meerderheid zouden zijn. Die zouden op nauwelijks enkele weken van elkaar worden afgebakend door de Radcliffe Line, die zelfs pas na de onafhankelijkheid snel-snel getrokken werd.

Daarbij werden grote provincies en historische eenheden zoals Bengalen en Punjab in twee gedeeld. Er kwam een gigantische volksverhuizing op gang waarbij 10 tot 12 miljoen mensen met hun hebben en houden (en vaak zonder) trokken naar wat spoedig de "andere kant" zou worden. Hindoes, sikhs en anderen vluchtten weg uit wat Pakistan zou worden, omgekeerd trokken miljoenen moslims naar dat land, waar ze geen enkele voeling mee hadden.

Onderling geweld was schering en inslag en tussen de 500.000 en een miljoen mensen werd daarbij gedood. Tienduizenden vrouwen werden geroofd en gedwongen bekeerd, al konden sommigen later terugkeren naar het door hun gekozen nieuwe vaderland.

v

Op deze kaart van religies in India uit 1909 kunt u de contouren van wat later India, Pakistan, Bangladesh en Myanmar (Birma) worden herkennen op basis van overheersende religies.

"Partition", een litteken op de kaart en in de geesten

Op 14 en 15 augustus 1947 -nauwelijks enkele maanden na het Mountbatten Plan- werden India en Pakistan onafhankelijke staten. Eerder al had koning George VI de keizerstitel al opgegeven, al bleef hij aanvankelijk nog wel officieel staatshoofd. Zo vroeg India Mountbatten om gouverneur-generaal en dus vertegenwoordiger van de kroon te worden. Pas in 1950 werd India een republiek.

De traumatische verdeling of "partition" had echter niet alle problemen opgelost. Pakistan bestond uit twee 1.500 kilometer ver van elkaar gelegen delen: West-Pakistan langs de Indus en Oost-Pakistan (in Bengalen of nu Bangladesh) aan de Ganges, beiden erg verschillend en door India gescheiden. Cultureel en historisch hadden die twee delen van Pakistan niet veel gemeen.

Er waren ook nog 560 "prinselijke staten" in principe geen deel van Brits-India, maar Britse protectoraten. Zij konden kiezen tussen aanhechting bij India of Pakistan: de meesten, onder andere de hindoevorstendommen van de Rajputs in Rajasthan, kozen voor India.

De nizam (islamitische heerser) van het zuidelijke rijk Hyderabad koos dan weer voor Pakistan, ook al was hij volledig omsingeld door India. Dat ging in tegen Mountbatten die ook geografische logica aan zijn verdeling wou toevoegen. In 1948 hechtte het Indiase leger Hyderabad in nauwelijks vijf dagen aan.

Jammu en Kashmir lag moeilijker. De rajah, een hindoe die heerste over 77% moslims, wou eerst niet kiezen, maar na een inval van pro-Pakistaanse stammenmilities, vroeg hij steun aan het Indiase leger dat maar al te graag tussenbeide kwam in ruil voor aansluiting. Ook Pakistan viel binnen in wat de eerste en onbesliste oorlog tussen de twee nieuwe landen werd, die eindigde met een verdeling van Kashmir, waarbij Pakistan een derde aanhechtte en India de rest.

Meer op deredactie.be