"Aan het rekeningrijden hangt ook een rekening"

4 april 2018
N-VA-voorzitter Bart De Wever zette eind maart op het Voka-debat met de kopstukken voor de Antwerpse gemeenteraads­verkiezingen het onderwerp rekeningrijden opnieuw op de agenda. Professor Michel Maus (VUB) heeft enkele bedenkingen. Zal het geen elitair beleid worden bijvoorbeeld?

Eerst rekenen, dan rijden

Einde maart discussieerden de partijvoorzitters van N-VA, CD&V, Open VLD, SP.A en Groen op het congres van ondernemersorganisatie Voka over mobiliteit en de arbeidsmarkt, twee thema’s waar ondernemers het meest wakker van liggen en die centrale thema’s zullen zijn in de aanloop naar de volgende moeder van alle verkiezingen.

Een van de meest opmerkelijke uitspraken tijdens het debat kwam uit de mond van N-VA-voorzitter Bart De Wever. Op de vraag of een congestietaks soelaas kan brengen in het mobiliteitsvraagstuk, antwoordde De Wever: “Dat gaat eigenlijk over het rekeningrijden. Ik denk dat we daar onvermijdelijk zullen eindigen, ook al is dat bij de bevolking niet populair. Een komende regering zal dat invoeren, maar niemand gaat daar campagne rond voeren”. En aangezien geen enkele andere partijvoorzitter De Wever op dat vlak tegensprak, weten we waaraan we ons in de nabije toekomst mogen aan verwachten. Maar of we daar blij om moeten zijn, is natuurlijk een andere vraag.

Het principe van het rekeningrijden is vrij eenvoudig. In plaats van een jaarlijkse verkeersbelasting te betalen, wordt in het systeem van het rekeningrijden een belasting opgelegd per afgelegde kilometer. Deze belasting kan vervolgens “slim” worden gemoduleerd door bijvoorbeeld hogere tarieven op te leggen tijdens de spitsuren om zo het verkeer optimaal te gaan spreiden. In vergelijking met het huidige systeem van de verkeersbelasting, zal diegene die veel met de auto rijdt tijdens de spitsuren meer belasting betalen en diegene die minder met de auto rijdt en rijdt in de daluren minder belast worden. De bedoeling van dit systeem is om enerzijds mensen spaarzamer te laten zijn op hun autogebruik, en anderzijds het verkeer meer gespreid te laten verlopen tijdens de dag. Want wie per kilometer wordt belast en rijdt tijdens de piekuren zal dat meteen voelen in zijn portemonnee en zal in het vervolg twee keer nadenken alvorens opnieuw achter het stuur te kruipen.

Op het eerste zicht lijkt het rekeningrijden dus een vrij aantrekkelijk systeem te zijn. Maar we moeten met zijn allen toch eens overpeinzen wat de gevolgen van dit systeem zijn. Het succes van het rekeningrijden zal immers afhangen van de hoogte van de belasting. Hiermee kadert het rekeningrijden in het rijtje van mobiliteitsheffingen waarmee men de burger door middel van een fiscale afstraffing probeert te doen afstappen van het autogebruik. De parkeerheffing en de emissieheffing werken net op dezelfde manier. Om stadscentra te ontdoen van de auto worden hoge parkeertarieven gehanteerd om de autobestuurders te ontmoedigen naar de stad te komen. En wie een vervuilende auto heeft en een lage emissiezone in wil, zal dat eveneens financieel geweten hebben.

Is dat echter het globale mobiliteitsbeleid waar we naar toe willen, met name dat het autorijden terug een luxe wordt, voorbehouden voor wie de financiële middelen heeft?

Is dat geen elitair beleid? Want we kunnen nu eenmaal niet om de perverse vaststelling heen dat systemen zoals rekeningrijden maar succesvol kunnen zijn als het tarief van de belasting hoog genoeg is om sturend te kunnen werken. En als het systeem werkt, stelt zich uiteraard een bijkomend probleem, aangezien mensen dan op een andere manier mobiel zullen moeten zijn en dat impliceert zware investeringen in het openbaar vervoer. Aan het rekeningrijden hangt met andere woorden ook een rekening.  En aangezien koken geld kost, stelt zich de vraag waar de overheid deze centen vandaan zal halen. Dus laat ons toch maar opletten met dat systeem.

En zijn er dan alternatieven? Wel misschien kan de Franse filosoof Blaise Pascal voor inspiratie zorgen, want die liet reeds in 1654 de fameuze uitspraak noteren dat elle ellende van de mensen voortkomt uit het feit, dat zij niet rustig in hun kamer kunnen blijven. Dat is natuurlijk een waarheid als een koe. En misschien moeten we als deel van de mobiliteitsproblematiek er dan ook net voor zorgen dat mensen in hun kamer blijven. Dat zou dan impliceren dat we in plaats van het fiscaal afstraffen van mobiliteit, immobiliteit net fiscaal gaan stimuleren. Dit kan bijvoorbeeld door thuiswerk fiscaal aan te moedigen of door bedrijven fiscaal te overtuigen om regionale werkcentra te openen. Denk daar maar eens over na als u de volgende keer in de file staat.

Michel Maus is professor aan de rechtsfaculteit van de Vrije Universiteit Brussel. Hij is een van de vaste columnisten voor Radio1.be.

Lees ook: