Adoptiekind Debby: "Ik voel me tweedehands"

30 januari 2020
Debby Matthys was 14 jaar toen haar ouders haar op een dag naar beneden riepen voor een familiegesprek. Ze kreeg te horen dat haar ouders niet haar ouders waren, dat ze geadopteerd was. Er werd meteen veel duidelijk voor Debby, want het was haar al eerder opgevallen dat er weinig gelijkenissen waren. Maar één vraag was nog niet opgelost: wie waren dan wél haar biologische ouders?

Toen ze op haar dertigste zelf moeder werd, wilde ze het voor eens en voor altijd weten. Debby is nu 52 en ze zoekt nog altijd. Haar biologische moeder heeft ze ondertussen gevonden, maar die wou geen contact. En de man waarvan ze jaren dacht dat hij haar vader was, bleek na een DNA-test toch niet de man te zijn. En dus blijft Debby zoeken.

“Het is zo belangrijk om je geschiedenis te kennen. Je wil weten of je risico’s loopt op erfelijke ziektes, je wil weten op wie je lijkt, waar je talenten vandaan komen. Maar er worden ook trauma’s doorgegeven en die wil je kennen.”

Bij de geboorte van haar dochter, kreeg Debby voortdurend te horen dat het kind zo goed op haar man leek. Dat kwam keihard binnen. “Eindelijk had ik eens een bloedband met iemand en dan zei iedereen dat mijn dochter niets van mij had. Dat was een vreselijke klap, terwijl niemand daarbij stilstond.” Wat de zoektocht van Debby ook oplevert, een knagend gevoel blijft sowieso. En dat is een gevoel dat veel adoptiekinderen zullen herkennen. “Ik voel me tweedehands. Mijn biologische ouders wilden me niet en als mijn adoptieouders zelf kinderen hadden kunnen krijgen, dan was ik ook nooit bij hen beland. Je bent altijd tweede keus.”

Debby getuigde in 'De Wereld van Sofie'. Beluister haar verhaal via Radio 1 Select. (Je hoort er de meest recente fragmenten van Radio 1)

Lees ook: