"Als het hier drie dagen na elkaar regent, hoor ik de boeren zeggen: ’Potverdorie, het is weer nat in de broeken'"

7 februari 2021
Bart Castelein is oprichter van vzw De BOOT; de vzw heeft twéé boten. Een van de boten is de St-Antoine, een oud-binnenschip uit 1929 dat de vzw verhuurt als logeerplek. En je kan er ook mee gaan varen. De boten liggen op het Kanaal Ieper-IJzer in Houthulst bij Diksmuide. Rondom is het overal ‘broek’. Lees: nat. En sinds de vele regen nog natter. Is dat eigenlijk goed voor de boot? Of kan het ook te veel zijn?

Twee weken geleden maakte ik een memorabel moment mee. Het was 21 uur 21 minuten 21 seconden op de 21ste dag van het 21ste jaar van de 21ste eeuw. Mijn verjaardag.

Ik ben een Waterman dus, maar geen waterrat. Nu niet, vroeger niet.

Op school gingen wij zwemmen in het ondertussen ter ziele gegane openluchtzwembad van Ieper. Meestal zat ik aan de kant.

Ik was vroeg rijp gelijk ze zeggen. Had heel snel borsthaar. Als enige van de klas. Ik vond dat maar niks, en wou mijn veranderende lichaam niet laten zien. Met een briefje van de dokter maakte ik mijn zwemleraar wijs dat er iets aan mijn oren scheelde.

Het zat gewoon tùssen mijn oren: borsthaar tussen mijn oren.

Ik woonde vijf jaar op het water, op onze St-Antoine, een 38 meter lang oud-binnenschip uit 1929 dat we met vzw de BOOT verhuren als logeerplek. En je kan er ook mee gaan varen. Ik ben dan de schipper en mijn vader Louis, 89 intussen is mijn vaste matroos. Twee jaar geleden speelden we hem even kwijt: man overboord. Mijn vader, had dertig jaar niet meer gezwommen en plots zag ik hem daar drijven, -gelukkig met reddingsvest aan- met naast hem zijn pet als merkteken of zo je wil, als ankerbol waar hij precies in het water was terecht gekomen.

Ik moest alles uit de kast halen om dat groot schip veilig achteruit te slaan, de reddingsboei te gooien, de noodtrap te hangen en te blijven communiceren. Gelukkig was het zomer en het water warm. En toen mijn vader breedlachend aan boord klauterde nam ik nog snel een foto, postte die onmiddellijk op Facebook. Zijn dure hoorapparaten had hij wijselijk thuis gelaten. Zijn oude Nokia in zijn broekzak deed er ongeveer drie weken over om helemaal droog te worden en weer te functioneren. Oude Nokia’s zijn geprogrammeerd om eeuwig te functioneren…

Momenteel staat de streek hier onder water, het grootste onbekende meer van België, van aan de Franse grens in Roesbrugge tot bij ons in Merkem. Het hele IJzerbekken staat blank. Ons schip ligt 1.35 hoger dan normaal. Varen kan nu niet, we geraken niet eens onder de bruggen. Het heet hier de broeken: Merkembroek, Woumenbroek, Noordschotebroek, Reningebroek. In Brussel heb je trouwens een Broekstraat. In het Frans wordt dat Rue du Marais. Het zou ook Moerasstraat kunnen zijn. Brussel komt eigenlijk van Broekzeele.

Aan de andere kant van de Schreve, de grens, in Frankrijk heb je een Broxeele. Geschreven met een X en dubbel e. Net voor het gemeentehuis van dat kleine dorp prijkt op een sokkel een Manneken Pis. Dezer dagen staat hij droog. Gelukkig. Want anders piste hij de IJzer vol en hadden we nog meer water. Als het hier drie dagen na elkaar regent, hoor ik de boeren vaak zeggen:’ Potverdorie, het is weer nat in de broeken’. Wij met vzw de BOOT hebben die uitdrukking gepikt, en het is de naam van ons huisbier geworden: TisNatinDebroeken, in één woord geschreven.

Drie drinken en je bent muuledronke…

Beluister de column van Bart Castelein via Radio 1 Select (Je hoort er de meest recente fragmenten van Radio 1)

Ontdek ook de andere columns uit de uitzending: