"Als het over de koers gaat, ben ik een bevoorrecht man"

11 april 2021
Servaas Bingé is arts, ondernemer en oprichter van emma.health, een bedrijf dat mensen inzicht wil geven in hun gezondheid. Hij schrijft ook boeken en geeft lezingen over eten en diëten. Bingé werkt met topsporters en topondernemers, én was jarenlang ploegdokter van wielerploeg Lotto-Soudal. Hij heeft in die hoedanigheid honderden koersen gereden (met de wagen). Ook Parijs-Roubaix. Hij vertelt erover in zijn column voor 'De toestand is hopeloos, maar niet ernstig'.

Ik heb de voorbij jaren op meer dan duizend dagen een koers weten vertrekken en een winnaar over de streep zien komen. Meer dan duizend dagen aangeschoven bij het ontbijt van de renners en zorgen dat ze voldoende én de juiste dingen eten. Meer dan duizend dagen koffie gedronken op de bus op weg naar de start en als een politieman gezegd dat het tijd is om te eten. De urinecheck. Bijdrinken. Verbandjes ververst. Of gewoon lol gemaakt, want met renners op de baan zijn… Dat is eigenlijk gewoon écht leuk.

Als het over de koers gaat, ben ik een bevoorrecht man.

Ik zag zoals iedereen in mijn kindertijd de renners op televisie. Ik speelde met plastieken rennertjes in felle kleuren alle heldhaftige momenten na. Ik was ontgoocheld als er geen Belg won of als dezelfde Spanjaard of Amerikaan nog maar eens de tour won. Maar ik sprong gaten in de lucht als onze vedetten eraan kwamen en als die wel verschillende keren na elkaar een klassieker wisten te winnen. Had je me toen verteld dat ik tien jaar later met veel van die mensen die ik zo bewonderde op een ploegbus ging zitten, ik had je nooit geloofd.

Ik kon zélf geen deuk in een pakje boter rijden, maar ik ben er wel met mijn gat ingevallen om te werken met enkele groten der aarde

En toch was het zo. Ik kon zélf geen deuk in een pakje boter rijden, maar ik ben er wel met mijn gat ingevallen om te werken met enkele groten der aarde: Antonio Flecha, Andre Greipel, Thomas De Gendt,… Stuk voor stuk perfectionisten, veeleisend voor zichzelf én voor hun omgeving, maar bovenal mensen die de kunst verstaan om de mensen rond hen te inspireren en beter te maken. Tien jaar als arts meedraaien in het peloton heeft van mij een andere mens gemaakt.

Vandaag zouden we Parijs Roubaix moeten rijden. Waar ik van meer dan duizend koersdagen de start- en finishplekken al lang ben vergeten, is dat bij die koers niet geval. Meer nog, ik herinner me haast elk detail van elke editie die ik meemaakte. Een massale val aan het begin van het bos van Wallers. Tiesj, die voor mijn neus lek rijdt in het midden van datzelfde bos. Jurgen, die net te vroeg moet afhaken. Je vraagt je af waarom en na de rit toon hij je zijn handen. Daar zit bij de meeste renners na Parijs-Roubaix geen vel meer op. Polsen, vingers en staartbeentjes zijn gekneusd, benen en ruggen liggen open onder gescheurde lycra en toch is dat niets vergeleken met die ene Parijs-Roubaix waarin die ene jonge renner wel startte, maar nooit meer aankwam. De dood van een jongeman zoals Michael, een graag geziene en beloftevolle jonge renner hakt er bij iedereen steeds zo hard in, en toch gaan we gewoon door met dat circus.

Je kan maar beter op de bus blijven als je niet duizend keer de vraag naar een petje of een bidon wil krijgen

Want Circus Roubaix begint voor het peloton op donderdag. De dag na de scheldeprijs trekken we met alle bussen naar de kasseistroken voor de verkenning. Een stuk om het gevoel terug te krijgen. Een stuk om journalisten mooie plaatjes te laten schieten. En op Carrefour de l’Arbre de laatste interviews en bidons aan het pers en publiek uit te delen. Ze zijn er niet zo massaal als op zondag, maar ze zijn er wel. En het zijn de echte fans. Je kan maar beter op de bus blijven als je niet duizend keer de vraag naar een petje of een bidon wil krijgen.

Toch stapte ik op donderdag graag van de bus. Op donderdag vind je langs het parcours nog plekken waar geen kat te zien is. Wat een verschil met de zondag als de renners hun weg banen aan immense snelheden tussen hagen van mensen en oorverdovend lawaai. Parijs-Roubaix is de koers waar de renners met Bijbelse kracht mensenzeeën kunnen opensplijten.

De velodroom is een goede plek om te zijn

Op zondag heeft elk team een plan en is het alle hens aan dek. De ganse staff wordt over de wagens verdeeld en elke wagen heeft zijn schema in functie van reservewielen en bidons. Onmogelijke zaak, denk je, en inderdaad, wat we op zo’n dag doen is spannend, stresserend en gekkenwerk. De wagen waar ik als dokter in zat, had steeds de vrijgeleide om af te wijken van het schema als er naar het ziekenhuis moest worden gegaan. Het moeilijkste van deze taak is bij de koersorganisatie te weten komen naar welk ziekenhuis jouw renner is gegaan en dan aan het personeel van het ziekenhuis uitgelegd krijgen dat je die renner liefst terug gewoon meeneemt naar huis en dat je de wonde op de knie wel zelf zal hechten. Gelukkig waren er ook edities waarop ook onze auto de finish haalde. De velodroom is een goede plek om te zijn. Soms om te vieren. Vaker om te assisteren in geval van een dopingcontrole. Maar meestal om de uitgeputte, uitgedroogde jongemannen op het gras in het midden van de piste te zien neervallen.

Ik stel voor dat we Parijs-Roubaix op een zomerse dag eens zelf fietsen met een handvol oud-renners. Naast de verhalen die we op vele plekken zullen te horen krijgen, maken we er dan meteen die van onszelf bij. Hoe je plots merkt dat tussen die kasseien soms twee keer zo lang geen enkele kassei ligt. Hoe je merkt dat dat gootje niet veel comfortabeler is. En hoe je dan toch keer op keer beseft dat wielrenners geen normale mensen zijn als ze die helletocht rijden.

Maar zowel de hemel als de hel bestaan uit stof en steen.

Beluister de column van Servaas Bingé voor 'De toestand is hopeloos, maar niet ernstig' via Radio 1 Select. 

Ontdek ook de andere columns uit deze uitzending: