“Als je een depressie hebt gehad, dan ben je al snel bang dat een slechte dag het begin van iets heel erg wordt”

24 oktober 2021
Ann De Craemer beschrijft in haar nieuwste boek ‘Hersenorkaan’ hoe een zware depressie beslag legde op haar leven. Wat een onschuldige huilbui leek te zijn, was een dekmantel voor onverwerkte emoties. “Pillen en praten, bewegen en buiten komen”, stond er op haar voorschrift. Dat deed ze, maar eenvoudig was het niet. Want ja, depressie is een ziekte. En net zoals bij kanker, heb je tijd nodig om ervan te genezen.

Hersenorkaan

Vorige maand is het tiende boek van auteur Ann De Craemer uitgekomen. ‘Hersenorkaan’ vertelt het verhaal van de depressie die haar een duistere kelder in trok. Het is een beklijvende, poëtische evocatie van de weg terug naar boven. Wrang maar ook met humor verhaalt ze over de donkerte, over haar angsten, over de surreële strijd met een ekster die een jaar lang als een schaduw boven haar hangt. Gelukkig is er de drang tot fotograferen, die haar naar buiten lokt. En de helende kracht van vriendschap en van de zee. “Ik vind dat er altijd een drang moet zijn om een boek te schrijven, er moet een urgentie zijn”, vertelt De Craemer. “Toen ik tijdens mijn depressie op de zetel zat, lachte ik in mezelf en dacht ik, ‘dit wordt misschien wel een goed boek’. Hoe ellendig ik me toen ook voelde, toch was ik daarmee bezig. Het is voor mij een missie om mensen te helpen die hetzelfde meemaken. Al is het maar één iemand, dan is mijn missie geslaagd.”

Mensen denken: schrijven is een talent en gewoon achter je computer zitten en zinnetjes aan elkaar hangen. Maar het is een heel zwaar beroep.

Het levensmotto van De Craemer luidt: ‘Wees ambitieus, maar niet elitair’. “De buitenwereld vindt schrijven al snel elitair, maar dat is het niet. Als ik zie hoe boeken mensen gered hebben tijdens corona, dan kan je dat niet elitair noemen. Sommige schrijvers hebben wel een bepaald imago en dragen daartoe bij dat literatuur als elitair gezien wordt, maar uiteindelijk zit je gewoon achter een computer zinnen te schrijven die een verhaal vormen. Ik zou niet weten wat daar elitair aan is. Maar het is niet gemakkelijk. Schrijven is een heel zwaar beroep.”, vertelt De Craemer.

Depressie

‘Hersenorkaan’ gaat over de depressie van De Craemer, waar ze na veel tijd en moeite van genas. “Op het moment zelf besef je niet goed wat er gebeurt. Het heeft daardoor lang geduurd voor ik naar de dokter ben gegaan, omdat ik eerst door mezelf overtuigd moest worden dat het nodig was. Ik ben sinds die depressie wel veranderd. Ik was altijd een zeer vrolijke babbelaar, de zotte tante Ann, maar ik was ook een gesloten persoon. Na mijn depressie heb ik me meer geopend. Elk nadeel heeft dus zijn voordeel”, vertelt De Craemer.

“Toen ik uiteindelijk besloot naar de dokter te gaan, werd ik doorgestuurd naar een psychiater. Die leerde me de les van de twee p’s en b’s: pillen, praten, bewegen en buiten komen. Dat waren de vier dingen waar ik me op moest focussen. Ik heb altijd heel veel gefietst, maar ik kon toen gewoon niet bewegen. Zelfs opstaan uit de zetel of mijn schoenen aandoen, kostte te veel moeite. Ik wist dat ik een soort missie moest hebben, voor ik weer buiten kon komen. En uiteindelijk vond ik die missie in een oude passie: fotografie. Het werd mijn missie om elke avond een kleine wandeling te maken, een foto te nemen op die wandeling en de foto op sociale media te delen. En dat was in het begin voldoende. Dat was de eerste stap in mijn genezing.”

Ik ben ervan overtuigd dat ik nog eens in een depressie zal belanden, maar ik ben nu veel sterker omdat ik weet hoe ik het moet overwinnen.

“Ik ben altijd erg ambitieus geweest en ben voortdurend bezig geweest. Ik heb tien jaar lang amper stilgestaan bij het leven en de kleine dingen. Dan val je op een bepaald moment stil. Mijn depressie heeft me wel sterker gemaakt. Als je een depressie hebt gehad, dan ben je al snel bang dat een slechte dag het begin van iets heel erg wordt", aldus De Craemer. "Ik ben er redelijk van overtuigd dat ik nog eens in een depressie zal belanden in mijn leven, omdat dat in mijn aard zit. Ik ben geen rechtlijnig persoon. Maar ik ben nu wel sterker, omdat ik weet wat er me dan te doen staat. Ik zal volgende keer niet wekenlang in de zetel zitten met ongewassen haar, maar ik zal sneller denken aan de 2 p’s en b’s en mijn medicatie nemen.”

Toch was het een erg moeilijke periode voor De Craemer, ook toen ze zich stilaan beter voelde en besloot haar medicatie af te bouwen. “Dat was erg moeilijk, want die medicatie vlakt je ergste emoties af. Ik ben altijd iemand van de grote emoties geweest en wou dat ook opnieuw beleven. Maar ik had niet gedacht dat je het eerste stukje dat je afbouwt meteen zo goed zou voelen. Ik voelde me eerst slechtgezind, wat al snel evolueerde naar wanhoop. Maar daar moet je doorheen. Tijdens mijn depressie had ik vaak last van donkere gedachten en stond ik op een bepaald moment op het punt om dingen te doen die ik gelukkig nooit heb gedaan. Zo wandelde ik vaak naar de treinsporen achter het huis van mijn ouders, om te kijken of de trein snel genoeg reed om er een einde aan te maken. Maar de gedachte dat ik zoveel ellende zou achterlaten, gaf mij hoop om verder te gaan. Ook tijdens het afbouwen van mijn medicatie kwamen die donkere gedachten terug, maar ik wou niet opgeven. Na een week of twee afbouwen, vond ik stilaan terug mijn plekje in mezelf en mijn omgeving. Dat gaf me opnieuw hoop om verder af te bouwen. Dat heb ik zo volgehouden en momenteel neem ik geen medicatie meer.”

Dankzij mijn familie, vrienden en mijn psychiater ben ik er nog.

“Ik heb daarnaast veel last gehad van een schuldgevoel. Ik heb vaak meer met anderen ingezeten dan met mezelf. Ik zag de pijn in de ogen van mijn vrienden en familie, die je allemaal zo graag willen helpen maar niet weten hoe, en dan voelde ik me zo schuldig. Ik stuurde mensen weg, ook al wou ik niet alleen zijn. Ik verzon excuses zodat niemand lang bleef, maar als ik ze dan zag weggaan, wou ik niets liever doen dan ze terugroepen. Dat was heel tegenstrijdig. Het doet me zoveel pijn als ik denk hoe mijn vader zijn praatgrage dochter gezien moet hebben. Dat zal ik nog lang met me meedragen. Dan denk ik hoe zwaar het voor mijn familie en vrienden geweest moet zijn. Maar dankzij hen en mijn psychiater ben ik er wel nog.”

Vrijgezel

De Craemer is vrijgezel en voelt zich op bepaalde vlakken benadeeld in de samenleving. “Zo hoorde ik onlangs in het nieuws dat gezinnen meer belastingvermindering zouden krijgen dan alleenstaanden. Dat is toch absurd. Wij hebben, net als alle gezinnen, ook gas- en elektriciteitskosten, maar wij zijn wel maar alleen om het te betalen. Je moet een gezin zijn om als ‘vol’ gezien te worden. Kan je je dat voorstellen dat een éénpersoonskamer duurder is dan een tweepersoonskamer? Dat is toch werkelijk ongelooflijk”, vertelt De Craemer.

Ook in andere aspecten van het leven, voelt De Craemer zich soms buitengesloten. “Je wordt veel minder meegevraagd om iets te gaan doen, want je bent alleen. Mensen doen dat vaak onbewust, maar je valt toch altijd uit de boot. Er wordt ook altijd vanuit gegaan dat ik zal kunnen, omdat ik alleen ben en mijn agenda daardoor minder druk is. Ik snap waar die indruk van komt, maar het kwetst soms wel.”

De Craemer zou graag nog de liefde van haar leven tegenkomen, maar wil de datingapp Tinder nog geen kans geven. “Ik leef misschien in een illusie dat ik mijn droomman zo wel zal tegenkomen. Maar ik wil de hoop nog niet opgeven. Ik hoop nog steeds iemand te vinden waarvan ik weet dat hij mijn hand zal vasthouden als ik sterf. Ik ben graag alleen, maar zou graag mét iemand alleen willen zijn. Met wie ik uren stil kan zijn. Ik hoop dat ik zo’n liefde nog mag tegenkomen”, besluit De Craemer.

Touché gemist? Abonneer je hier op de podcast.

Lees ook: