"Als je over iets moet spreken, dan is zwijgen geen optie"

22 september 2017
In zijn laatste middagjournaal denkt Hugo Matthysen na over creativiteit en haar volslagen zinloosheid. "Ik verzon een stuk of twaalf namen voor nog te ontdekken kleuren, waaronder reboe, knaf, ziltion en azoliet, maar wat ben je met die benamingen als je geen idee hebt wat voor kleur het betreft?"

 

Een paar weken geleden vroeg VRT-journalist Jan Holderbeke of hij mij mocht interviewen over het onderwerp creativiteit. Zonder nadenken heb ik daar ja op gezegd. Dat was niet slim, want ik heb over dat onderwerp eigenlijk niks vertellen. Maar ja, over een paar uurtjes vind het gesprek plaats. Daarom heb ik de voorbije dagen toch maar eens nagedacht over hoe ik dat moet aanpakken.

Als je over iets moet spreken, dan is zwijgen geen optie. Dat was mijn eerste bevinding. Daar zal ik dan de wijsgeer Wittgenstein bijsleuren, die iets zei dat een beetje gelijkaardig klonk, namelijk “waarover men niet kan spreken, daarover moet men zwijgen”. Dat lijkt mij een aardig begin.

Het zou kunnen dat een bleek azolieten jasje heel stijlvol is, maar voor hetzelfde geld is het een schreeuwerig ding. Creativiteit, heb ik dus geleerd, is volslagen nutteloos.

Vervolgens zal ik betogen dat ik zelf wel een tijdje creatief ben geweest, maar dat mij dat niks heeft opgeleverd. Jazeker, ik heb een stuk of twaalf namen voor nog te ontdekken kleuren verzonnen, waaronder reboe, knaf, ziltion en azoliet, maar wat ben je met die benamingen als je geen idee hebt wat voor kleur het betreft? Het zou kunnen dat een bleek azolieten jasje heel stijlvol is, maar voor hetzelfde geld is het een schreeuwerig ding. Creativiteit, heb ik dus geleerd, is volslagen nutteloos.

Met die bedenkingen hoop ik al een minuut of twintig te vullen. Hopelijk volstaat dat. Is dat niet het geval, dan is het aan de creativiteit van de journalist om het gesprek nog wat aan de gang te houden. Hopelijk vraagt hij me of ik nog wat meer kan vertellen over die namen voor onbestaande kleuren. Dan heb ik mijn antwoord klaar, en u kent het al: “Jazeker, want als je over iets moet spreken, dan is zwijgen geen optie.” Opnieuw zal ik Wittgenstein erbij halen, en zo begint het gesprek weer van voor af aan. Afhankelijk van de gewenste duur kunnen we dat nog een keer of drie herhalen. Eind goed, al goed dus.

Opnieuw zal ik Wittgenstein erbij halen, en zo begint het gesprek weer van voor af aan. Afhankelijk van de gewenste duur kunnen we dat nog een keer of drie herhalen. Eind goed, al goed dus

En hiermee is ook een eind gekomen aan mijn korte verblijf in dit programma. Ik wil graag afscheid nemen met een ander citaat van Wittgenstein, enfin, het is niet van hem, maar het wordt wel aan hem toegeschreven, namelijk door mij, en het gaat als volgt: “zolang er openbare radio is, is het einde van de beschaving nog niet in zicht.” Daar zit wel wat, vindt u niet? 

Nee, die Wittgenstein was geen dommerik. Ik wens u nog een prettige dag!