“Als we fout zijn, verzinnen onze hersenen wel iets anders”

25 maart 2018
Wat gebeurt er met ons brein als we er rotsvast van overtuigd zijn dat de wereld zal vergaan en dat Laatste Oordeel blijft toch uit? Neurowetenschapper Kris De Meyer stak volgelingen van familyradio.com onder de hersenscanner.

Neurowetenschapper Kris De Meyer maakte het einde der tijden mee. Hij volgde de religieuze fanatici van familyradio.com, die ervan overtuigd waren dat Het Laatste Oordeel zou vallen op 21 mei 2011.

“Ik wou daarbij zijn, voor, tijdens en na die datum, om te onderzoeken hoe hun hersenen reageerden op het moment dat hun geloofsovertuiging niet waar bleek te zijn”, getuigt De Meyer in Interne Keuken.

Meubilair

“De gelovigen waren heel hard gericht op het verspreiden van hun boodschap op dat moment. We mochten hen volgen, zolang we respect zouden tonen en niet in de weg zouden lopen.”

“Ze kregen veel aanvragen van de pers, maar cameraploegen gingen vaak maar voor één dag, duwden die camera in eenieders gezicht. Wij waren daar voor langer. ‘Zijn jullie er nog?’, hoorden we vaak. Heel snel begonnen we erbij te horen, als een onderdeel van het meubilair.”

Kwantumfysica

“We stelden ook andere vragen dan die persagentschappen. We hadden eigenlijk geen interesse in wat zij geloofden. Dat is toch moeilijk om te begrijpen. Precies alsof je kwantumfysica uitgelegd krijgt zonder ooit een cursus fysica gehad te hebben.”

“Wij vroegen iets helemaal anders. We wilden weten hoe het voelt om te geloven en hoe het voelde om voor de eerste keer die datum te horen.”

De volgelingen aanvaardden de datum niet meteen

“Daaruit kwamen veel menselijke verhalen. Mensen zeiden ons dat ze daar natuurlijk niet in geloofden in het begin. ‘Wat denk je nu?’ Daar waren wetenschappers en filosofiestudenten bij. Ze aanvaardden het niet meteen. Maar dan begonnen ze de theorie te ontleden en werden ze ervan overtuigd dat alle redenen toch wezen naar die datum.”

Toch niet

“De dag na 21 mei was iedereen heel verbaasd. ‘Wat is er nu aan de hand, dit kan toch niet kloppen?’ Velen maakten herberekeningen. ‘Misschien is het morgen?’”

“Ze wilden er zin aan geven, op hun eigen manier. Het is heel moeilijk om te aanvaarden als mensen dat we fout zijn. Je begint je daar slecht over te voelen, je hersenen gaan in overdrive en je zoekt naar nieuwe redenen waarom je toch niet fout zit.”

Je hersenen gaan in overdrive en je zoekt naar nieuwe redenen waarom je toch niet fout zit

“Iedereen moet daar individueel door, iedereen heeft andere belangrijke punten."

"Voor mensen die zelf niet geïnvesteerd hadden in het geloofssysteem, was het moeilijk te aanvaarden dat hun vertrouwen in de mensen rondom hen niet terecht was. Iemand waar ze 15 jaar naar geluisterd hadden, bleek fout.”

Verward

“Voor oprichter Harold Camping was het moeilijk om op dat moment te zeggen dat zijn kaart verkeerd was. Hij moest de realiteit binnen zijn kaart passen. Camping was ongelooflijk verward, moest er zin aan proberen te geven. Tot hij een bepaald krantenartikel zag en het licht aanging in zijn hersenen. Hij was plots niet meer verward. Al heeft dat toch 24 à 26 uur geduurd.”

“De dag erna legde hij uit aan de verzamelde Amerikaanse pers dat hij enkel fout zat in de voorspelde aardbeving. Die zou namelijk op 21 mei het begin van het einde van de wereld inluiden. Op 21 oktober zou de apocalyps alsnog gebeuren.”

“Dat was een aanpassing die hij maakte in zijn hoofd, een klein stapje in zijn geloofssysteem.”

Iedereen had geleerd uit het feit dat ze eerst heel zeker waren en toch fout bleken te zijn

“Maar nooit was hij of iemand van zijn volgelingen zo zeker geworden van 21 oktober dan van 21 mei. Iedereen had geleerd uit het feit dat ze eerst heel zeker waren en toch fout bleken te zijn.”

Door de scanner

“Ik kon filosofiestudent Maurice overhalen om hem door de scanner te steken, voor wetenschappelijk onderzoek. Twee weken voor het einde van de wereld heb je niks meer te verliezen. Maurice was ook heel geïnteresseerd in hoe geloof, overtuiging en waarheid eruitziet in de hersenen."

"Met hem hebben we een studie herhaald die kijkt naar hoe iets geloven, denken dat iets waar is, verschilt van niet geloven: denken dat iets fout is. We wisten al van eerdere studies dat dat twee verschillende toestanden zijn. Geloven is onze default-toestand: we aanvaarden iets automatisch voor waar, tot onze hersenen ons halt toe roepen. Dan beginnen we er wat kritischer over na te denken. Dat duurt altijd net iets langer, om te zeggen dat iets fout is."

"En hoe meer tijd je in iets gestoken hebt, hoe meer moeite je hebt om toe te geven dat je misschien toch mis was", besluit De Meyer.