Als wij samen gaan kamperen...

18 juni 2020
Met de zomer voor de deur in coronatijden is kamperen plots hotter dan ooit. Maar, waarom doen we dat eigenlijk? In een klein, laag tentje “kruipen” op een dun matrasje met kans op luid gesnurk uit de omringende tenten dat je wakker houdt. Of in een caravan waarin je bewegingsvrijheid serieus beknot is. Terwijl we thuis alle comfort gewoon zijn. De Wereld van Sofie duikt in de wereld van campings en kamperen!

Binnenkort start Eén met de opnames van “De Kemping”. Het programma speelt zich af op een camping. Maar, het is niet zomaar een camping. “De Kemping” wordt uitgebaat door 10 kwetsbare jongeren die tijdelijk de camping zullen opstarten, én runnen. Een sociaal project om de jongeren ook daarna aan een duurzame job te helpen. En dat allemaal onder de deskundige begeleiding van Tijs Vanneste - ook bekend als Van Echelpoel. Tijs zoekt nog mensen die er deze zomer willen komen kamperen, inschrijven kan hier

Je hebt campingbezoekers en je hebt campingbezoekers. Sommigen waaien de camping op, wonen er twee weken en trekken dan voort naar andere plekjes. Sommigen kiezen hun camping en blijven er. Maken van de camping hun tweede thuis. Zoals Liliane. Ze is 77 jaar en trekt al jaren naar Camping Diepvennen in Londerzeel. De band is er intussen zo goed, dat ze met de vaste campingbewoners een bubbel gevormd hebben. Brecht Devoldere bracht hen een bezoek, net voor de bubbel weer uitgebreid zal worden met de kortere verblijvers.

In een uitzending over kamperen kan je niet om de vraag heen: waarom kamperen Nederlanders zo graag en zo veel? Nederland kent al decennia lang de hoogste caravandichtheid van Europa. In 2017 was meer dan een half miljoen Nederlanders de trotse bezitter van een caravan. Hoe komt dat? De in Gent wonende Nederlandse schrijver Marc Reugebrink heeft daar zo zijn theorieën over.

Hoe is het kamperen als manier van reizen eigenlijk ontstaan? En wanneer ontstond “de camping” zoals we die nu kennen? Vragen voor Dominique Vanneste, Hoogleraar Toerisme aan de KULeuven.

Ook vóór de opkomst van het massatoerisme waren er natuurlijk al kampeerders en outdoor travelers. Een van de pioniers op dat vlak was de schrijver Robert Louis Stevenson. Stevenson trok in 1878 met een ezel door de Cévennen in Frankrijk en schreef daar het boek ‘Travels with a Donkey in the Cévennes’ (1879) over, een van de oudste bekendste reisverslagen van een outdoor kampeertrip. Het boek inspireerde fotograaf Michiel Hendryckx om in 1991 met een ezel naar de Olympos in Griekenland te reizen, en ook daar kwam een boek van: ‘Twee ezels - een jongensboek’.

Dat niet iedereen een kampeertype is, bleek tijdens de redactievergadering van dit programma. Ward Bogaert zette en zet ook op antenne graag een klein boompje op over veel te lage, oncomfortabel kleine tentjes, over waarom je in godsnaam een goede comfortabele matras zou willen inruilen voor zo’n herniabevorderende ondingen van luchtmatrassen die ook altijd véél te kort zijn!?

Dicht bij de natuur zijn hoor je vaak als hét argument bij uitstek naar voren om de liefde voor kamperen te verklaren. Na een lange periode op steenwegen, in kantoorgebouwen en onze huizen te hebben doorgebracht, zoeken we de rust van de natuur op. De eenvoud. Sommige kampeerders gaan daar nog een stapje verder in, ze trekken naar de naturistencamping om de natuur nóg puurder te ervaren - ontdaan van zo veel mogelijk cultuur en dus ook hun kleren. Omdat Brecht Devoldere toch al op campingexpeditie was, trok hij verder naar nudistencamping Grensland in Kalmthout.

 

Radio 1 Select