Annelies Verbeke: "Hij heeft iets pervers, die Rodin"

5 april 2017
Wat denkt 'De Denker' van Rodin? Annelies Verbeke vroeg het zich af en kwam met een ontnuchterende conclusie.

Ik mag niet klagen. Ik heb werk. En ik ben wat vaker van huis weg. Dat is positief, ja. Inès, mijn vrouw, tegenwoordig: niet gemakkelijk. Pas op, ze heeft gelijk: om ober te zijn moet je een dienblad kunnen vasthouden en zo'n gemeenteraad is niets voor mij. Dertien ongelukken. En chronisch schuinsmarcheren.

Akkoord. Ze is dat allemaal beu. Snap ik. Maar roepen dat ik dan evengoed iets aan mijn lichaam kan verdienen en mij Hoer noemen in plaats van François. Enfin zeg. In het begin was die zo lief.

Ach ja, 'in het begin' valt alles mee. Die Rodin ook: toffe gast in het begin. Stelde een redelijk bedrag voor, vond ik. Eigenlijk moest ik niets doen, dacht ik. Hij zette thee, Rodin. Camille. Petit four erbij. Hij vroeg begaan of het nog ging. Hij betastte mijn torso nogal dikwijls maar ik dacht: dat is normaal, hij moet wel. Maar hij heeft iets pervers. Echt. Hij wil mij onderwerpen, ik heb dat door.

'Zeg maar Auguste!' Dank u maar nee, bedankt. En terwijl met die vuile vingertjes krulletjes draaien in zijn baard. Vetzak. 'Blaas eens op de rug van uw hand, François. Blaas maar, kom. Nog. Nog. Blijf op uw hand blazen.' Waar is dat voor nodig? Is dit een medisch onderzoek of zo? Blies Dante op zijn hand misschien?

Nog zoiets wat die Rodin blijft herhalen: 'Leg er wat meer Dante in, François! Voel hem. Voel Dante. U bent Dante. U daalt af in de hel en u mediteert over uw poëzie. U denkt aan uw zonden en u denkt aan uw Beatrice. Ik zal u Dante noemen, dat zal helpen. Leg er wat minder François in, Dante!' En dan zo raar lachen. Die gast is zot.

Maar ik zit hier toch maar weer niet te mogen klagen en blij te moeten zijn dat ik werk heb. Terwijl ik zijn bijteltje in zijn mond zou moeten schuiven en trek uw plan roepen en schaterlachend over straat lopen en thuis de voordeur open slaan en zeggen, weet je wat, Inès, ga zelf wat verdienen in je dikke blote kont. Maar goed. Ik heb het koud, ik ben moe, ik heb honger en dorst en geld nodig. Dus ik zeg niets, ik denk.

En dat duurt en dat duurt en dat duurt!