Beerdiertjes zijn kampioen in de genenpikkerij

25 november 2015
Beerdiertjes waren al de multidisciplinaire kampioenen van het dierenrijk. En ze hebben alweer een record gevestigd: dat van de dragers van het meeste genetische materiaal dat niet is overgeërfd van de ouders.
Beerdiertjes aka waterberen vormen de afzonderlijke groep der Tardigrada. Het zijn kleine gesegmenteerde 8-potige wezentjes van 0,1 à 1,5 mm.
 
Met het blote oog zijn ze nauwelijks of niet te zien, maar ze hebben het uiterlijk van 'echte' beesten: met ogen, een mond, poten en een spijsvertering en al.
 
Ze komen zowat overal op aarde voor waar (zoet of zout) water is, dus ook in vochtige omgevingen op het land, zoals in mossen. Ze zijn te vinden van de Himalaya (boven de 6.000 m) tot in de diepzee (beneden 4.000 m) en van pool tot evenaar.
 
Beerdiertjes hebben in de loop van de wetenschapsgeschiedenis de meest extreme experimenten moeten verduren. En telkens kwamen de onderzoekers tot de zelfde conclusie: ze zijn nauwelijks kapot te krijgen.
 
Beerdiertjes zijn van alle dieren het meest bestand tegen extreme druk, kou (- 270°), hitte (+ 150°), zuurstofgebrek, gifstoffen en straling. Bij droogte kunnen ze meer dan een eeuw schijndood zijn, en na contact met water weer ontwaken. En ze overleven tot tien dagen onbeschermd in de ruimte, zo bleek uit een ESA-experiment.
 
Onderzoekers van de University of North Carolina at Chapel Hill hebben nu het genoom van de soort Hypsibius dujardini (plaatje) geanalyseerd.
 
Wat bleek? Beerdiertjes hebben een nogal excentrieke genenpoel. 17,5 procent van hun genetisch materiaal is gekopieerd/overgenomen van andere soorten. Daarmee zijn ze de kampioenen van het dierenrijk in de genenpikkerij. Of om het wetenschappelijker te zeggen: in de horizontale gen-overdracht.
 
Horizontale gen-overdracht is een proces waarbij genetisch materiaal tussen twee organismen wordt uitgewisseld zonder dat er ouders aan te pas komen. 
 
Dat komt courant voor bij micro-organismen en is ook bekend bij lagere diersoorten, maar veel minder bij hogere dieren. Vreemd dna wordt doorgaans uit cellen geweerd. 
 
Recent onderzoek heeft uitgewezen dat horizontale gen-overdracht gangbaarder is dan lang werd gedacht. Ook hogere dieren - inclusief de mens - hebben tientallen, mogelijk honderden actieve genen via niet geslachtelijke weg overgenomen van bacteriën, schimmels, virussen etc...
 
Opmerkelijk is dat beerdiertjes hun extreme overlevingsvermogen niet hebben verworven via het 'normale' langzame evolutieproces. De zogenaamde ‘heat shock proteins’(HSP) die hen in staat stellen om het hoofd te bieden aan de meest extreme omstandigheden blijken ze in hun geheel van andere soorten te zijn overgenomen. 
 
 
 
 
 
 
 
 

Radio 1 Select