Begijnen waren de eerste feministen

28 september 2018
Stel nu dat ze Koen Fillet zouden vragen om een begijn te spelen. De kans is klein, maar kom, stel nu.

Dan zou hij wellicht een zwart kleed aantrekken en een witte kap op zijn hoofd zetten, zoals bij Jommeke. (Koen haalt de meeste van zijn kennis uit Sus & Wis en Jommeke). En zich kwezelachtig beginnen gedragen. Wat truttig. Als een braaf oud omaatje zonder kleinkinderen. En heel devoot. Aan een paternoster zitten prutsen of zo. Niet zoals bij Jommeke. Want daar zijn de begijntjes energiek, avontuurlijk en ondernemend. Dat geeft een komisch effect, want dat past niet bij het beeld dat wij van begijntjes hebben. Maar dat beeld klopt niet. Jef Nys zat dichter bij de waarheid dan Koen Fillet. 

Begijnen waren zelfstandig en ondernemend. Het waren de eerste feministen. En de eerste syndicalisten. Ze organiseerden zich en deden hun eigen ding. In de middeleeuwen. Als vrouw dan nog. In een eigen huis wonen. Zelf geld verdienen. Geen man die de baas is. Zelfs geen bisschop. Begijnen waren ronduit revolutionair.

20 jaar geleden werden de Vlaamse begijnhoven door de Unesco erkend als Werelderfgoed. Om dat te vieren is er nu zaterdag in Interne Keuken een gesprek met historica Mieke Felix. Over begijnen.

En o ja, er is ook nog een rondreizende tentoonstelling: ‘Begijnhoven. Eeuwenoud. Eigentijds.