Begijnen waren geen kwezels maar ondernemers

6 juli 2017
De Straffe madammen van hun tijd
“Begijntjes en kwezeltjes dansen niet”. In het oude Vlaamse liedje klinkt het alsof ze brave 'seuten' waren. Maar het tegendeel is waar, zo blijkt. Begijnen waren vaak vrouwen die bewust alleenstaand waren. Hun gemeenschappen waren economisch onafhankelijk en deden zelfs de mannelijke gilden concurrentie aan. Ook de kerkelijke autoriteiten hadden het moeilijk met de 'eigengereide' Begijnen. Sommigen belandden zelfs op de brandstapel.

Op 14 april 2013 stierf de laatst overblijvende begijn ter wereld. Daarmee kwam een einde aan ruim 900 jaar geschiedenis. Het fenomeen van de begijnen ontstond in de Lage Landen, en deinde later uit naar West-Europa.

Begijnen waren wel degelijk vroom en godsvruchtig. Ze stelden hun leven in het teken van de liefde voor God, die ze samen in hun gemeenschap beleden. Literaire getuigenissen en teksten wijzen op een haast erotische adoratie voor en overgave aan God.

Maar tegelijk waren het ook sterke vrouwen die in zelfvoorzienende gemeenschappen leefden. Ze hadden hun eigen eigendommen en regels, waren geen religieuze orde en gehoorzaamden geen hogere oversten. In wezen legden ze alleen verantwoordelijkheid af aan God.

De Begijnhoven in de Lage Landen waren ook economische gemeenschappen waren. Ze produceerden ook textiel en waren daarmee een rechtstreekse concurrent van de stedelijke gilden en industrie. Dat viel niet altijd in goede aarde. Te meer omdat Begijnen vaak vrijgesteld waren van belastingen.

Door hun autonome werking deden de Begijngemeenschappen deden in zekere zin ook aan vrouwenemancipatie. Ze boden ook een alternatief voor vrouwen die niet wilden trouwen. Tegelijk droeg net de vrouwenemancipatie van de jongste honderd jaar er ook toe bij dat het begijndom definitief uitstierf.

Meer weten? Herbeluister #weetikveel: