Beter de bureaucratie doorbreken dan het gebouw afbreken

13 juni 2017
Renoveren is beter dan een nieuw gebouw zetten
Het Europees parlementsgebouw in Brussel wordt afgebroken. Het is nauwelijks 25 jaar oud, maar toch versleten, aldus de bevoegde autoriteiten. Renoveren is ook geen optie, want dat zou duurder uitvallen dan een nieuwbouw. Vlaams Bouwmeester Leo van Broeck heeft zware bedenkingen.

Het huidige gebouw van het Europees Parlement dateert van 1992. En toch zou het al versleten zijn. Dat zegt althans secretaris-generaal Klaus Welle. Naar zijn zeggen heeft het ook weinig zin om het te renoveren. Dat zou immers dubbel zo duur uitvallen dan een nieuw gebouw te zetten.

Bijzonder vreemd, vindt Vlaams Bouwmeester Leo Van Broeck. En dat een nieuwbouw goedkoper zou uitvallen dan renovatie, betwijfelt hij ten sterkste. Het probleem ligt volgens hem bij de overdreven veeleisendheid en regeldrang van de Europese bureaucratie.

Het huidige gebouw is een weinig flexibele granieten burcht, zegt van Broeck. Dat is een gevolg van veel te strenge lastenboeken waar gebouwen volgens de Europese regels moeten aan voldoen. Die zijn gebaseerd op ouderwetse technocratische behoeften. Daardoor heb je nu een gebouw vol met hokjes en doorgeschoten veiligheidsvoorzieningen. Elke kopiemachine moet –bij wijze van spreken- een aparte warmte-afzuiginstallatie hebben. En ook de toegankelijkheid wordt overdreven beperkt.

Waar het Europees Parlement nood aan heeft is een gebouw dat zich integreert in de stad en contact heeft met de buurt. “Waarom zou je de benedenverdieping niet openstellen en er bijvoorbeeld eetcafétjes in voorzien met de specialiteiten van elke lidstaat? En waarom zou ‘politieke gevoeligheid’ zich moeten vertalen in aparte bureaus voor iedereen? Bij de Britse veiligheidsdienst mi6 zitten zelfs de grote bazen in een open landschap kantoor.

“Als de Europese instanties opnieuw aansluiting willen vinden bij de burgers, moet dat zich ook weerspiegelen in hun infrastructuur, Daarom kunnen we beter het Europees Parlementsgebouw creatief strippen, blinde granieten muren openbreken en de relatie met de stad, de buurt en de mensen herstellen”, besluit de Vlaamse Bouwmeester.