"Bijeenkomsten zijn verboden en dus heb ik als stand-upcomedian geen publiek en geen podium meer"

17 mei 2020
Jos Meusen
Roosje Pertz ziet de lockdown als haar vooruitbetaalde prepensioen. En ze gaat op zoek naar de mogelijkheden van online-comedy. Want op haar terras een performance geven op vier bakken bier en een palet, dat ziet ze ook niet zitten.

De lockdown is de portie pensioen die ik vooruit krijg. Op mijn 37e en niet op mijn 67,5e. Tijdens dit lockdownprepensioentje kan ik nog veel, maar niet zoals vroeger. En ik wen eraan. Met dezelfde berusting als de pas gepensioneerde collega die je op straat toevallig tegenkomt. Weet je nog? Mensen tegenkomen op straat en een praatje slaan? “Het is aanpassen geweest.”

Bijeenkomsten zijn verboden. Ik heb als stand-upcomedian geen publiek en geen podium meer. Op mijn koertje zou ik in principe een palet op vier bierbakken kunnen zetten. De kans is echter groot dat ik dan vanuit een ooghoek een of ander mankement aan mijn huis zie en daarover ga tobben.

Net als vele andere comedians “verken ik de mogelijkheden van online comedy”. Op zoek naar publiek facebook ik, instagram ik en tweet ik. Likes en smiles zijn mijn heroïne of, beter, methadon. De online lach weerklinkt niet tot hier in Leuven. Ik verlang naar de golf die het gelach maakt doorheen een zaal. De golf die de laatste twijfelaars toch over de streep trekt en in een luide lach doet uitbarsten. Die roes.

Verre verplaatsingen kunnen niet meer. Het gezinsweekend in Enschede is geannuleerd. Dankzij Nederlandse Youtube-vloggers, die hier de ene play na de andere scoren, zal mijn dochter toch naar school terugkeren met een Hollands accent. Vandaag vroeg ze om een toetje. Ik deed mijn duimpje omhoog. Ik abonneerde me vijf jaar geleden voor het leven op haar kanaal.

Sociaal contact en de verhalenmolen staan op een laag pitje. Sappige verhalen over collega’s of vrienden hebben mijn man en ik niet meer. Op dag één van de lockdown verhuisden we onze eettafel naar het raam dat op de straat uitkijkt. Ik raad het iedereen aan. Tijdens het eten spuien we trivia over de voorbijgangers. We ontdekken patronen. “Ah kijk, hij weer. Die stapt hier altijd voorbij om half zeven. Volgens mij is zijn werk om zes uur gedaan en dan gaat die te voet naar huis.” Breaking news! “Die ellendige jogster heeft precies nieuwe schoenen”. Ook geven we ongevraagd praktisch advies dat nooit de bestemmeling bereikt: “De buurman gaat spijt hebben dat hij geen jas aanheeft.” De regendagen zijn extra dor voor ons. Ze leveren minder gesprekstof op. Niemand passeert langs ons raam.

De post is een dagelijks lichtpuntje. Als een getormenteerde gepensioneerde draai ik rondjes in de woonkamer als de postbode wat later is. De dingdong van de deurbel doet mijn hart daveren. De Post.nl- en GLS-mannen kijken me nu zelfs even kort in de ogen. Iedereen heeft nood aan een lach. En die geef ik. Dat is mijn job.

De lockdown is mijn prepensioentje. Ik ervaar stukjes van wat er me na mijn carrière te wachten staat. De antiverveeltips van de eerste lockdownweken had ik niet nodig. Het gevoel van in een eindeloos tijdsvacuüm te zitten ken ik. In de afgelopen zeven jaren kreeg ik twee baby’s en een hersenvliesontsteking. Ik ben al drie keer máánden in mijn kot gebleven. Ik kan dit. Deze vierde keer is mijn Olympische zege.

Net als de gepensioneerde ex-collega in de straat sluit ik af en geef ik toe. Ja, deze geprepensioneerde dertiger verlangt terug naar het leven ervoor. Weer deel van het geheel zijn. Of neen, weer boven het geheel staan. Op een podium. Tot dan, publiek.

Beluister de column van Roosje Pertz

Lees ook

Radio 1 Select