Bijenkorven in de stad: het is niet al goud wat blinkt

8 november 2019
In grootsteden als Parijs en Brussel staan extra bijenkorven opgesteld. Dat klinkt als een goede zaak voor de natuur, maar het is niet per se goed voor de biodiversiteit, integendeel zelfs. Zo blijkt uit nieuw Frans onderzoek dat een teveel aan honingbijen nefast is voor de andere, wilde soorten.

Wereldwijd worden in grote steden - van Australië tot Amerika – steeds vaker bijen uitgezet. In Parijs is de bijenpopulatie zelfs geëxplodeerd. In 2011 stonden er nog maar 300 bijenkorven in de stad (met elk vele duizenden bijen), nu staan er al meer dan 2.000 bijenkorven. Het stadsbestuur zet ze in parken, bedrijven zetten ze op het dak van hun kantoor.

Doel is om de biodiversiteit te stimuleren. Bovendien willen dierenliefhebbers de bij "redden". Op het platteland wordt het insect namelijk bedreigd door bestrijdingsmiddelen. Door bijenkorven in steden neer te zetten, houd je de populatie op peil, is het idee.

Maar die theorieën kloppen niet. Dat blijkt uit een grootschalig onderzoek van Franse wetenschappers.

Wat is er precies onderzocht?

De wetenschappers doken drie jaar lang parken en plantsoenen in Parijs in om daar de bijenbewegingen nauwgezet vast te leggen. "En wat we zagen is dat op alle plekken waar de honingbij door de mens werd geïntroduceerd, het aantal wilde bijen dat daar al leefde, afnam"’, zegt onderzoekster Isabelle Dajoz van de Université Paris Diderot. "Op sommige plekken zagen we dat de populatie aan wilde bijen zelfs was gehalveerd."

De reden daarvoor is simpel. De nieuwe honingbijen zijn actiever en efficiënter met het verzamelen van nectar. Er blijft voor de wilde bijen niets over. En niet alleen voor die wilde bijen: ook andere bestuivers zoals vlinders en kevers verdwijnen.

"De biodiversiteit in Parijs wordt dus juist mínder door het introduceren van bijen door de mens", aldus Dajoz.

Bovendien is de honingbij helemaal niet in álle bloemen geïnteresseerd. Voor orchideeën en tomaten – om maar twee voorbeelden te noemen – haalt de honingbij zijn neus op: die zijn dus afhankelijk van wilde bijen voor hun bestuiving. "Maar als die wilde bijen er niet meer zijn, komen er dus geen nieuwe wilde orchideeën of tomaten meer."

Dat heeft ook weer consequenties voor bijvoorbeeld de vogels in de stad, die zich voeden met deze bloemen en planten.

Wat moet er gebeuren?

Milieuspecialiste Dajoz heeft een simpel advies: "Stop met het neerzetten van bijenkorven in steden als Parijs. Of nog beter: haal er een heleboel weg." Er zijn simpelweg te veel honingbijen in Parijs. "Er staan nu 20 bijenkorven per vierkante kilometer in Parijs. In heel Frankrijk is dat 3 per vierkante kilometer."

Een andere optie: plant meer groen. Met meer bloemen in de stad, en meer stuifmeel, is er wellicht genoeg nectar voor álle bijen en niet alleen voor de – door de mens geïntroduceerde – honingbij.

Het onderzoek van Dajoz en haar collega’s heeft tot grote commotie geleid in Frankrijk. Milieuliefhebbers voelen zich een beetje in hun hemd gezet. "Mensen proberen iets goeds te doen door de bij naar de stad te halen. Maar we hebben het té goed willen doen, we zijn te ver gegaan", zegt de wetenschapster.

Herbeluister de reportage van Frank Renout in "De ochtend"

Meer op vrtnws.be 

Radio 1 Select