Blijf! Hier! Weg!

9 september 2017
Op welke manier kan je de aardbewoners van over een paar tienduizenden jaar duidelijk maken dat ze weg moeten blijven van een plek waar wij kernafval hebben opgeslagen? Wij denken spontaan aan een bordje met de griezelige doodskop hierboven, afgewerkt met twee gekruiste mensenbotten. Afschrikwekkend toch?

Er bestaan allerlei bezwaren tegen atoomenergie. Waar moet je met het afval blijven, is er daar een van. Hoe berg je dat veilig op? Als je daar een antwoord op wil geven, valt al gauw het woord halveringstijd. De halveringstijd van het radioactieve element cesium-137 is dertig jaar. Cesium verandert vanzelf in barium, en dat is niet radio-actief. In een potje cesium zit na dertig jaar de helft barium en de helft cesium, na zestig jaar een kwart cesium, na negentig jaar een achtste, na honderttwintig jaar een zestiende en zo verder. De radioactieve straling vermindert aan hetzelfde tempo.

Het wordt pas écht lastig werken met radioactieve elementen met langere halveringstijden. Een topper is uranium-238. Halveringstijd een slordige 4,5 miljard jaar, we kunnen er tienduizend jaar naast zitten.

Wat doe je met spul dat onoverzichtelijk lang levensgevaarlijke straling blijft afgeven? Je zou het de ruimte kunnen inschieten. Die plannen bestaan, maar het is nog niet gebeurd. je zou het diep in de oceaan kunnen opslaan. Is gebeurd, maar is verboden sinds de jaren negentig. Ondergrondse opslag wordt ernstig overwogen. In Duitsland worden zoutlagen in overweging genomen, in Belgie worden kleilagen onderzocht in de Kempen. Voorlopig is alles nog voorlopig, voorlopig wordt nucleair afval voorlopig opgeslagen.

Aan definitieve, lange termijnopslag van kernafval zitten allerlei haken en ogen. We gaan daar nu even niet op in, want anders komen we nooit aan het punt waarover we het in deze Interne Keuken willen hebben. Laat ons veronderstellen dat er ooit een plek wordt gevonden waar we nucleair afval met een lange halveringstijd kunnen opslaan. Die plaats zal eeuwenlang gevaarlijk blijven. Hoe markeren we die plek? Hoe maken we de generaties na ons duidelijk dat daar levensgevaarlijk spul ligt? Welk bordje zetten we daar en wat schrijven we er op?

Taal is ongeschikt. Probeer maar eens een tekst te lezen in het middelnederlands, de taal van 500 jaar geleden. Lastig te begrijpen. Taal verandert te snel, over pakweg tienduizend jaar verstaat niemand het woord "gevaar!" nog. Stel dat je tegenover een van onze voorouders van tienduizend jaar geleden zou komen te staan... dat is een mens, maar verder heb je daar niets gemeenschappelijk mee. Met elkaar communiceren is vrijwel onmogelijk.

Gustaaf Cornelis is wetenschapsfilosoof en docent aan de VUB en de UA, en heeft daarover nagedacht. Rond de keukentafel denken we zaterdag mee.

Radio 1 Select