Bob Dylan 80: "Nu ik beter Engels spreek, twijfel ik of ik die song nog wel zo romantisch vind"

24 mei 2021
Bob Dylan werd deze week 80! Daar hoorde uiteraard een feestje bij: we vierden we ‘m een hele dag op Radio 1. Stijn Tormans is journalist bij Knack en een grote fan van Dylan. Hij schreef ter gelegenheid van zijn 80ste verjaardag een verjaardagsbrief.

Beste Bob Dylan,

Vroeger was ik ervan overtuigd dat u niets over mijn leven wist. Ik ben niet opgegroeid aan Highway 61. Wel aan een saaie steenweg ergens in Vlaanderen met allemaal dezelfde soort huizen. Er viel geen bal te beleven. Je kon er maar een ding doen: spijbelen.

In de vroege jaren negentig beoefende ik die zonde graag. Met de bus reed ik naar de stad, waar het leven spannender leek. Mijn spijbeltochten begonnen altijd in platenwinkel Brabo, op de Grote Markt in Antwerpen. Het interieur van die winkel had duidelijk nog de oorlog meegemaakt, maar dat maakte het bijzonder. En ook de eigenaars waren dat, Luc en zijn liefde Dominique. Vooral Luc herinner ik me nog goed: een minzame reus, met lange blonde haren. Altijd gul met goede raad. Een van de laatste der melomanen, ook.

Op een muur van zijn winkel hingen de hoezen van de nieuwe platen. Daarboven had hij met rode stift zijn oordeel geschreven. Luc was geen sandwichman. Als een artiest hem ontgoocheld had, was hij streng: ‘TELEURSTELLENDE PLAAT’ stond er dan.

Op een middag had Luc een van uw platen op zijn muur gehangen. Daarboven had hij geschreven: ‘Bob is terug. Luister vooral naar nummer vijf: Man in the Long Black Coat. Een paar tellen later stond ik aan zijn luisterbalie. Door de hoofdtelefoon hoorde ik het geluid van krekels en een mondharmonica. Daarna zong u over een meisje dat meegegaan was met een man in een lange zwarte jas. Ze waren vertrokken uit een bekrompen hol van pluto. Voor een afscheidsbrief had ze geen tijd.

Toen, op mijn vijftiende, vond ik dat een ongelofelijk romantische song. Ik sprak amper Engels, en uw metaforen snapte ik al helemaal niet. Toch wilde ik zijn zoals de man van uw liedje. Ik wilde ontsnappen en een groots leven leiden. Overal zocht ik naar een lange zwarte jas.

Dertig jaar later heb ik die nog altijd niet gevonden. Nu ik beter Engels spreek, twijfel ik of ik die song nog wel zo romantisch vind. Misschien heb ik al te veel mensen zien vertrekken met mannen in een lange zwarte jas. Zonder afscheidsbrief. Zelfs Luc zou voor altijd 43 blijven. Niemand geeft me vandaag nog muziekadvies – ik moet nu zelf met rode stift op uw platen schrijven ‘Bob is terug’.

Maar weet nu dat uw songs ook over mijn straten en krekels gaan. Toch heb ik een verzoek voor de volgende keer dat u langskomt in Vorst Nationaal: gelieve dan zeker niet Man in the Long Black Coat te spelen, zoals u eerder deed. Zo goed als die ene keer bij Luc zal dat lied nooit meer klinken.

Dank alvast en fijne verjaardag,

Stijn Tormans

Beluister de brief van Stijn Tormans: 

Lees ook: