Bobonneke valt in de radijzen

11 september 2021

Erik Martens weet iets over film. Hij werkte in de filmkritiek, het filmarchief, de filmschool, het filmfonds en een filmhuis. Hij schrijft over film en heeft nu een nieuw boek uit: ‘Bobonneke valt in de radijzen’.

De titel verwijst naar een scène uit een film van wijlen Maurice Lefèvre, beroepshalve pasteibakker en uitbater van een ijssalon op de Antwerpse De Keyserlei. In zijn vrije tijd gepassioneerd amateurcineast met de focus op het eigen gezinsleven.

De film dateert van 1930 en toont een bezoek van de familie Lefèvre aan tante Didi in Mechelen. In de bewuste scène valt bobonneke in de radijzen. Meer valt daar niet over te melden.

Bij uitbreiding zou je hetzelfde kunnen zeggen over al die andere films die Maurice Lefèvre en zijn zoon René tussen 1930 en 1958 gerealiseerd hebben. Ze zijn van een fenomenale alledaagsheid. We zien hoe een doodgewoon gezin het alledaagse leven leidt. En toch heeft Erik Martens er een heerlijk boek over volgeschreven.

Over de genreconventies van de Eerste communiefilm, bijvoorbeeld. En over hoe je Vlaanderen voor het oog van de camera ziet veranderen. Wie vandaag een Chirokamp zou organiseren zoals toen, wordt gegarandeerd door de Staatsveiligheid gevolgd wegens gevaarlijk geradicaliseerd.

Het is alsof je door het sleutelgat naar het verleden kijkt. Want tegelijk is er ook veel dat buiten beeld blijft. Als in 1942 de Antwerpse politie in de binnenstad razzia’s uitvoert om zoveel mogelijk joden op te pakken, filmt Maurice Lefèvre hoe van baby Luc de luier ververst wordt. 

Het lijkt alsof er niks bijzonders te zien is in die filmpjes van de familie Lefèvre en toch kan je er blijven naar kijken. Zeker met Erik Martens als gids. Hij ziet wat wij niet zien. Nogmaals: een heerlijk boek.