Maud Vanhauwaert

16 februari 2017
Maud Vanhauwaert
't Was Valentijn deze week, en de liefde - zoet dan wel bitter- is natuurlijk dé bron die nooit ophoudt te stromen voor alle dichters, al sinds de oudheid. Ook voor Maud Vanhauwaert.

Ontwaken en weten: de dag brengt
weer jou met zich mee.
Ons bed een havengeul. Na weer een week
meren wij samen aan.

Het licht door de jaloezieën geeft mij
een streepjecode, je scant mijn lichaam.
Dit heden is een Eden
wij zondigen ons aan elkaar.

We liggen in een bed, aangeslibd
altijd met meer zorgen dan vertrouwen
om ze te dekken, denken aan onze kinderen
van morgen, weten al hoe het liedje gaat:

de moeder baart een kind
het kind baart haar zorgen
de baren van de weeën
rimpelen door de jaren

zo is het leven
zij kan het best dragen
zolang zij maar niet
het kind hoeft op te baren

Door het onheil te bezingen
zweren wij het af. Misschien klampen wij ons
niet zozeer vast aan elkaar
maar aan de jaren die we deelden.

Het geluk ligt als een gloeidraadje
broos tussen ons in gespannen.
In de losgekomen zoom van een droom
durf ik deze liefde amper aan.

Maud Vanhauwaert 

 

Bonusgedicht - Maud Vanhauwaert