Botanische revolutie

30 april 2016

Eerst het verhaal zoals u het kent

Het is 1831, Charles Darwin reist aan boord van de Beagle naar de Galapagoseilanden. Hij bestudeert er de vinken en er valt hem iets op: Op eilanden met veel noten zijn de vinkensnavels dikker, waar er meer insecten voorkomen zijn ze smaller. De vinken hebben zich dus aangepast aan de leefomstandigheden op de verschillende eilanden. Die vaststelling werkt hij in "On the Origin of Species" uit tot de evolutietheorie.

Wat hierboven staat is fictie. Het klopt niet. Het is de Grote Darwinmythe.

Op zijn Galapagosreis had Darwin nauwelijks interesse voor die vinken. Hij verzamelde er slechts vijf soorten, terwijl er vijftien soorten voorkomen op de eilanden. En hij sprong er achteloos mee om: hij verzuimde hoogst onwetenschappelijk te noteren welk exemplaar hij op welk eiland had gevonden. Pas een jaar na de terugkeer van de Beagle systematiseerde niet Darwin, maar ornitholoog John Gould de vinkenverzameling. Het was die meneer Gould die Darwin er op wees dat de vinken verschillenden snavels hadden.

Er dondert hier iemand van zijn piëdestal. 

Dit staat te lezen in Botanische Revolutie, het nieuwe boek van Norbert Peeters. Met uw goedvinden hou ik nu op met het overtikken van weetjes uit dat boek en ga ik verder lezen. Ik ben nog maar halfweg en het boek moet uit tegen zaterdag want dan zit Norbert Peeters aan de Interne Keukentafel.

Radio 1 Select