Brave begijntjes bestonden vroeger niet

29 september 2018
Het klooster of de prostitutie. Als alleenstaande vrouw had je in de middeleeuwen weinig andere mogelijkheden. Dus organiseerden vrouwen zich in begijnhoven en toonde ze zich echte ondernemers. Vrouwen tegen mannen: ze beconcurreerden zelfs de gilden met hun lakennijverheid.

Kunsthistorica Mieke Felix toont niks dan bewondering voor de begijnen van vroeger. “Intussen zijn ze veel verbraafd, gedwongen”, zegt de historica aan de Interne Keukentafel. Vroeger was er daarentegen geen sprake van brave begijntjes.

Begijnen zijn geen nonnen

Eén misverstand houdt niet lang stand in Interne Keuken. “Begijnen zijn geen nonnen, nooit geweest”, zegt Felix. “Het gaat om alleenstaande vrouwen die ervoor kiezen om niet naar het klooster te gaan. Ze zitten echt in een tussenpositie. Ze mogen naar buiten, op bezoek bij familie, of mogen de begijnhoven verlaten als ze toch zouden willen trouwen.”

Het grootste verschil tussen begijnen en nonnen heeft evenwel niets met vroomheid of het celibaat te maken, maar met de gelofte van armoede. “Begijnen moeten geen persoonlijke armoede beloven. Ze mogen bezittingen hebben. Zo had je rijke begijnen met een eigen huis in de begijnhoven. Andere begijnen gingen werken, zij mochten houden wat ze hadden.”

Begijn of prostituee?

"Begijnen zijn gelijkgezinden die samenwonen en over religie nadenken", zegt Felix. Hun hoven zijn veel meer dan dat. “Het was eigenlijk een sociale oplossing voor vrouwen alleen."

“Voor alleenstaande mannen waren er in de middeleeuwen nog carrièremogelijkheden. Jonge alleenstaande vrouwen konden links en rechts ook aan de bak, maar zodra ze ouder waren, werd het moeilijker. Dan hadden ze twee keuzes: het klooster of de prostitutie. Dus kozen de vrouwen om te gaan samenwonen.”

Een begijnhof was een bedrijf

“Onze begijnen bedelden niet. Zij waren zelfbedruipend. Met hun begijnhof hadden ze hun eigen bedrijf, met een boerderij, een infirmerie, een school. Ze verrichtten textielarbeid: in een latere fase vooral kant, maar in de middeleeuwen laken. Ze waren concurrenten van de gilden in de stad.”

Gaandeweg werden de stoutmoedige begijnen braver en braver. “In de veertiende eeuw verdacht men hen van ketterij." In de zestiende eeuw, een eeuw van godsdiensttwisten, moesten ze er opnieuw aan geloven. "De vraag om een strengere reguleringen klonk steeds luider. Begijnhoven werden gezien als te chaotisch”, besluit Felix.

Herbeluister Interne Keuken hier.