Brief van Christophe Vekeman aan Dolly Parton: "Elk van uw songs is een schot in het hart"

19 januari 2021
© Kris Harris King (Wikimedia Commons)
We vieren de verjaardag van Dolly Parton! Al 75 jaar de coolste cowgirl van de country. Dat vindt ook schrijver Christophe Vekeman. Groot liefhebber van country, en van Dolly in het bijzonder. Hij schreef haar een brief.

Dierbare Dolly Parton,

In naam van alle luisteraars ter wereld, en die van Radio 1 in ’t bijzonder, feliciteer ik u van harte met het toch echt wel opzienbarende feit dat u, op uw 75ste, nog altijd blaakt van dansdrift, prettig sexappeal en een vorm van ongenaakbare, niet te verstoren levenslust die de jeugd van alle tijden doet verbleken tot een duf, zeurderig zootje binnenvetters.

Ik feliciteer u met uw ongeëvenaarde roem, uw weergaloze rijkdom, uw succes, de liefde die men u wereldwijd toedraagt en die uniek genoeg rang noch stand blijkt te kennen.

Maar vooral feliciteer ik u met uw kunst. Daarmee bedoel ik ook, jazeker, bijvoorbeeld uw glansrol in die fabuleuze rolprent 'The Best Little Whorehouse in Texas', maar in de eerste plaats toch, dat zult u begrijpen, bedoel ik met ‘uw kunst’ uw muziek: de honderden meesterwerkjes, door de bank genomen van niet meer dan drie minuten lengte, die u tot nog toe opgenomen en voor een goed deel trouwens ook zelf geschréven heeft, en die elk voor zich getuigen van uw veelkantige talent om aan iedereen die leeft, ooit geleefd heeft en zal leven een stem te verlenen.

Elk van uw songs is een schot in het hart, en ik meen niet te overdrijven als ik stel dat al die qua omvang bescheiden juweeltjes van u samen een heuse schatkist vormen. 

Elk van uw songs is een schot in het hart.

Het is met uw muziek, zeg ik, dat ik u wil gelukwensen. Met nummers als, uit 1970, uw allereerste nummer 1-hit, ‘Joshua’, waaruit meteen al blijken mocht hoe warm het hart was dat zich daar in die befaamde borst van u bevond. Het titelpersonage in kwestie, immers, ‘that mean and vicious man’, een langharige, zwart bebaarde reusachtige kluizenaar met schuim op de mond van zijn hond, vermocht u, zingt u, qua verschijning geenszins af te schrikken, en u leerde ons in één beweging door dat de ware winnaar steeds ontwapent, en dat de ware winst altijd gelijk verdeeld is over alle betrokken partijen: op het moment dat u daar in dat liedje een lach op het gezicht van de grimmige griezel Joshua tevoorschijn weet te toveren, is zowel uzelf als hij gered, en u leeft met zijn beitjes nog lang en gelukkig.

Het is in al zijn eenvoud een typische boodschap die u brengt, een boodschap van liefde, hoop, vertrouwen op een goede afloop en het geloof in een betere wereld, al betekent dat allemaal niet, uiteraard, dat u de ogen sluit annex de mond dichthoudt over de harde, koude, kille pijn waarmee het leven van alledag, het doordeweekse menselijk bestaan, van de ochtendstond tot ’s avonds laat nu eenmaal pleegt te zijn gevuld.

De verrukkelijke kijf- en kibbelliedjes die u opnam met uw ontdekker en, tot midden jaren zeventig, vaste blonde bondgenoot Porter Wagoner, nummers als ‘Fight and Scratch’, ‘I’ve Been Married (Just as Long as You Have)’ en ‘The Fighting Kind’, die onveranderlijk eindigen op of gelardeerd zijn met het soort van woordenwisselingen die de soundtrack vormen van het doorsnee huwelijk, zijn in al hun speelse geestigheid nog zonder meer opbeurend te noemen, maar wat te denken van bijvoorbeeld het diep-tragische, welhaast onverantwoord ' schrijnende, de ziel traagweg aan stukken scheurende ‘Down from Dover', waarin een ongeplande zwangerschap gepaard gaat met verraad en eenzaamheid, en leidt tot doodgeboorte? Het is te vroeg op deze vreugdevolle dag, lijkt me, om er veel langer over uit te weiden, maar het gaat hier over grote, grote kunst, en ik feliciteer u ermee, zoals ik tevens mijn bewondering uitspreek voor het feit dat u, de met stip bekendste countryzangeres ooit, tussen de bedrijven door ook nog eens de tijd had en de inspiratie vond om het perfecte popnummer te schrijven. ‘I poor myself a cup of ambition’ - dear Dolly, wat een geweldige zinnenschrijfster ben je toch ook.

Dear Dolly, wat een geweldige zinnenschrijfster ben je toch ook.

Ik feliciteer je, in naam van alle luisteraars ter wereld en die van Radio 1 in ’t bijzonder, en ik zou willen afsluiten met het draaien van uw allereerste hit, niet uw eerste nummer 1-hit dus, maar uw eerste hit, uit 1967, die ik met uw welbevinden opdraag aan die enkelingen, die zeldzame dwalers, die niet verder kijken dan uw pruik hoog is. Ik geef met plezier het woord aan u, u zegt het tenslotte zo veel beter dan ik. Ik wens u nog alle fun toe, al het plezier van de wereld. Hou je gezond, en vooral: blijf blond.

Beluister de brief van Christophe Vekeman:

Lees ook: