Buit, een jachtjaar

9 december 2017
"Keel opensnijden boven het strottenhoofd, kraakbeenknobbel lossnijden van het tongbeen. Nu de buik, huid en buikvlies doorsnijden. Voorzichtig, niet de darmen raken. Met mes en wildtang open ik de borstkas, ik zweet. Dan het piece de resistance: het slot ofwel de schaambeenvoeg. Ik zaag tot ik door het bot ben. Een ruk aan de staart, knak en ik snij langs de bouten de anus los. Na een paar keer weet je hoe je maag, lever, milt, nieren, blaas en darmen in één ruk uit het karkas kan trekken."

Hallo, bent u er nog? U las net een stukje uit een van de eerste pagina's van Buit. Het lijkt erop dat Pauline de Bok heeft gedacht: "Laat ik het de lezer maar meteen duidelijk maken dat het hier niet uitsluitend over de romantische kant van de natuur zal gaan". Het gaat over de jacht: het meeleven en meedenken met het wild om het te verschalken, over vlees en over bloed en over de dood. Over de opwinding en het genot die daaraan verbonden zijn, maar ook over de afkeer, de weerzin en de twijfel. Ik ben haast zeker dat u die weerzin daarnet heeft gevoeld. Pauline De Bok, zelf jager, voelt die ook. Soms.

Wie haar twintig jaar geleden had gezegd dat ze met een dubbelloop door de bossen zou lopen om everzwijnen, reeën en af en toe een hertenjong neer te leggen, zou ze hebben uitgelachen. Ze was een stadsmens met diploma's theologie en filosofie. Maar ze was ook vertaler en auteur en toen ze een roman over een jaagster wilde schrijven en aan haar research begon, vond ze dat ze zelf het jachtexamen moest doen en een jachtbrevet halen. Ondertussen is Pauline De Bok auteur én jager.

Zaterdag zit ze aan de Interne Keukentafel, in het gezelschap van - wie weet - vegetariërs. We zijn er zeker van dat we boze mails gaan krijgen omdat we niet hard genoeg onze morele verontwaardiging hebben uitgeschreeuwd. We kennen onze luisteraars. We gaan proberen ons eigen oordeel uit te stellen want we willen weten wat een jager zo mooi vindt aan de jacht. En aan het rode werk.

(Het rode werk is de term die jagers zelf gebruiken voor wat u in de eerste allinea hebt gelezen: "Keel opensnijden boven het strottenhoofd, kraakbeenknobbel lossnijden van het tongbeen. Nu de buik, huid en buikvlies doorsnijden. Voorzichtig, niet de darmen raken. Met mes en wildtang open ik de borstkas, ik zweet. Dan het piece de resistance: het slot ofwel de schaambeenvoeg. Ik zaag tot ik door het bot ben. Een ruk aan de staart, knak en ik snij langs de bouten de anus los. Na een paar keer weet je hoe je maag, lever, milt, nieren, blaas en darmen in één ruk uit het karkas kan trekken.")