Conflicten wereldwijd jagen bijna 50 miljoen kinderen op de vlucht

7 september 2016
Volgens een nieuw rapport van Unicef zijn over de hele wereld bijna 50 miljoen kinderen op de vlucht. De bescherming van deze kinderen schiet in veel landen te kort en moet dringend verbeterd worden. Ook België moet meer inspanningen leveren, zegt Unicefwoordvoerder Philippe Henon in De Ochtend. Ongeveer 45 procent van de jonge vluchtelingen komt uit Syrië of Afghanistan.
"28 miljoen kinderen werend uit hun huizen verdreven door binnenlands en grensoverschrijdend geweld en conflicten", zegt Anthony Lake, algemeen directeur van Unicef. "Onder hen zijn er 10 miljoen vluchtelingenkinderen, 1 miljoen asielzoekers van wie de vluchtelingenstatus nog niet is vastgesteld en naar schatting 17 miljoen kinderen die ontheemd zijn in eigen land. Ze hebben dringend behoefte aan humanitaire hulp en toegang tot essentiële voorzieningen."

"Onuitwisbare beelden van kinderen op de vlucht schokken de wereld", benadrukt Lake. "Elk beeld, elk meisje of elke jongen, vertegenwoordigt vele miljoenen kinderen in gevaar. Dit feit vereist van ons dat we onze bezorgdheid over het lot van deze individuele kinderen omzetten in daden voor al deze kinderen."

 

Uitbuiting en misbruik

Ongeveer 20 miljoen kinderen hebben hun huizen verlaten om verschillende redenen, waaronder extreme armoede of geweld van bendes. "Velen lopen risico op misbruik en detentie omdat ze geen papieren hebben, een onzekere juridische status en er geen systematisch toezicht is op hun welzijn. Ze vallen tussen wal en schip", legt Lake uit.

Voorts reizen steeds meer kinderen alleen. In 2015 vroegen meer dan 100.000 onbegeleide minderjarigen asiel aan in 78 landen, dat is drie keer zoveel als in 2014. "Onbegeleide kinderen lopen het grootste risico op uitbuiting en misbruik, onder meer door smokkelaars en mensenhandelaren", zegt de Unicef-directeur.

 

Kritiek op België

Unicef België is bezorgd over de eerbiediging van de rechten van kinderen die in ons land een asielaanvraag indienen. In 2015 werden in ons land 12.100 asielaanvragen ingediend door kinderen, waarvan 3.100 door niet-begeleide minderjarigen.

"Er zijn goede initiatieven in ons land om die kinderen op te vangen", zegt Philippe Henon van Unicef België in "De ochtend". Maar er zijn volgens hem ook nog veel aandachtspunten. Veel gezinnen met kinderen komen terecht in gesloten opvangcentra. "Dat is niet direct een omgeving die kinderen een goed gevoel geeft."

Henon pleit voor een betere spreiding van de vluchtelingen, in kleinere opvangcentra. "Veel van de huidige centra liggen buiten de stad. Die mensen leven daar geïsoleerd, terwijl ze net dichter bij de lokale bevolking zouden moeten wonen. De huidige situatie werkt misverstanden in de hand en leidt tot discriminatie."

 

Inzetten op ontwikkelingssamenwerking

Kinderen die in ons land toekomen zijn vaak getraumatiseerd en hebben speciale zorg nodig. "Het volstaat niet om ze gewoon naar school te sturen. Ze krijgen wel teken- en speltherapie om de mate van traumatisering te bepalen. Maar eigenlijk hebben ze nood aan gerichte psychosociale begeleiding."

Unicef België wijst er nog op dat ons land niet alleen moet inzetten op een betere opvang van vluchtelingen, maar ook op een betere ontwikkelingssamenwerking. "Kinderen zijn niet alleen op de vlucht voor geweld. Ook voor armoede speelt een belangrijke rol. Dat de budgetten voor ontwikkelingssamenwerking worden teruggeschroefd, is een zorgwekkende tendens."

Bron © deredactie.be