Contactopsporing loopt nog niet vlot: systeem laat niet meer dan 10 namen toe, nog geen inkomende gesprekken mogelijk

30 juni 2020
© Laurie Dieffembacq (Belga)
De contactcenters die moeten opsporen wie er in contact is gekomen met mensen die besmet zijn met het coronavirus kampen nog altijd met kinderziekten. Dat schrijven de Mediahuis-kranten en is ons bevestigd. Zo kunnen contactopspoorders tot dusver nog maar 10 contacten digitaal registreren. Zijn het er meer, dan moet het met pen en papier.

Getest op het coronavirus en je blijkt besmet? Dan zouden de contactonderzoekers van de overheid in actie moeten schieten. Zij bellen je dan op om je te vragen naar de mensen uit uw omgeving die je mogelijk hebt kunnen besmetten. Die mensen zouden dan op hun beurt een telefoontje moeten krijgen.

Alleen: de contactcenters die daarvoor zijn uitgerust kampen nog altijd met vervelende probleempjes, onder meer met het digitale platform dat daarvoor op poten is gezet. "Dat platform is in een recordtempo op poten gezet door de IT'ers", bevestigt Joris Moonens, de woordvoerder van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid. "Dat moest ook, omdat het contactonderzoek halsoverkop moest starten."

Maar daarbij zijn, zo zegt hij, "een aantal minder gelukkige keuzes gemaakt". Zo kunnen op dit moment nog altijd maar maximum tien contacten per persoon worden geregistreerd. Dat wordt nu extra vervelend, omdat vanaf morgen uw persoonlijke 'bubbel' kan worden uitgebreid tot 15 mensen.

"Dat betekent niet dat mensen niet meer dan 10 namen kunnen doorgeven", preciseert Moonens. Maar als ze dat doen, moeten de contactonderzoekers die wel met pen en papier noteren.

Geen inkomende telefoontjes

En dat is niet het enige euvel waar de contactcenters mee kampen. Ook inkomende telefoontjes zijn bijvoorbeeld nog altijd niet mogelijk. Dat is vervelend, omdat artsen of patiënten de contactonderzoekers zelf soms (extra) informatie willen bezorgen of iets willen rechtzetten, maar dat nu gewoon niet kunnen.

"Ook dat is een keuze die in de beginperiode gemaakt is om vooruit te kunnen", zegt Moonens. "U weet dat contactonderzoek aan strenge privacyregels moet voldoen. Bellen naar het contactcenter stelt toch wat uitdagingen op dat vlak." Het gaat er vooral om dat momenteel de ene onderzoeker geen toegang heeft tot dossiers van de andere, waardoor inkomende telefoontjes alleen maar extra problemen zouden opleveren.

Het goede nieuws is dat er voor beide oplossingen gloren aan de einder. Volgende week zou het digitale systeem een update krijgen, waardoor de grens van tien personen zou wegvallen. Een oplossing voor wie zelf het contactcenter wil verwittigen, zou er wel pas tegen eind juli zijn.

Weinig medewerking

"Van alle mensen die we op een dag moeten bellen, bereiken we er tussen de 50 en de 60 procent", zegt Moonens. De helft dus, de andere helft neemt niet op of weigert mee te werken. Van zij die wel opnemen, geven er maar 4 op de 10 contacten door. Gemiddeld geven die mensen 4 personen door.

"Dus daar is ook werk aan de winkel om mensen zo goed mogelijk te overtuigen om goed mee te werken aan het contactonderzoek. Mensen moeten echt wel beseffen dat dit een belangrijke verdediging is tegen het virus en die kan helpen vermijden dat we naar een heropflakkering gaan, die dan weer kan leiden tot vervelende dingen als een lockdown.

Beluister ook het gesprek met Karin Moykens, voorzitter van het Interfederaal Comité Testing & Tracing, in 'De Ochtend':

Bron: vrtnws.be en 'De Ochtend'