COVID-19 of hoe justitie zich plots opnieuw uitvond

30 juni 2020
"Corona mag dan al vele sectoren in het hart hebben getroffen, voor Vrouwe Justitia is het COVID-virus opvallend heilzaam geweest" schrijven Walter Van Steenbrugge en Alexandra Schouteden (Van Steenbrugge Advocaten) in een opiniestuk voor Radio 1. "Nooit verliepen zittingen zo geolied."

COVID-19 of hoe justitie zich plots opnieuw uitvond

Het is een eeuwenoud ritueel dat een hoge magistraat bij de aanvang van een nieuw gerechtelijk jaar het woord neemt en een ‘openingsrede uitspreekt’.

Niet zelden wordt dan kritiek geuit op de werking van justitie en worden aanbevelingen geformuleerd voor de toekomst.

Misschien moet echter in dit uitzonderlijk Corona-jaar niet gewacht worden op 1 september, en is er vandaag geen plechtige magistraat nodig om bij het einde van het gerechtelijk jaar enkele eenvoudige en praktische bedenkingen te maken.

Corona mag dan al vele sectoren in het hart hebben getroffen, voor Vrouwe Justitia is het COVID-virus opvallend heilzaam geweest.

Nooit verliepen zittingen zo geolied.

Daar waar vroeger in vele zaken tientallen advocaten en rechtszoekenden op hetzelfde uur obligaat dienden aanwezig te zijn en in dichte drommen hun beurt moesten afwachten, hebben de afstandsregel en het samenscholingsverbod ervoor gezorgd dat zaken nu op vastgestelde uren worden behandeld.

Geen lange wachttijden meer, minder fileleed, en meer ruimte voor toelichting en pleidooien binnen een veel rustiger kader.

Hierbij sprong de figuur van de griffier in het oog. Tot voor kort was dit de scribendus van dienst, de secretaris van de zitting. Vandaag ontpopt hij zich tot ‘de manager van de rechtspleging’. De griffier contacteert in Corona-tijden de partijen, peilt naar hun procesintenties, bevraagt hun agenda’s, informeert naar de voorziene pleitduur, dit alles met het oog op een meer efficiënte tijdsbesteding. 

Winst voor de partijen en ook voor de magistraten die moeten oordelen.

Bij de invulling van deze nieuwe functie viel het ook op dat de griffier zich moeiteloos bediende van de mailcommunicatie. 

Vonnissen en arresten worden sedert Corona onmiddellijk elektronisch meegedeeld, terwijl voordien tal van bedienden ganse dagen moesten slijten aan het maken van kopieën, en de betrokken partijen even lang dienden te wachten alvorens zicht te krijgen op de inhoud van de uitspraak.

De tijd waarbij processtukken nog manueel moesten neergelegd worden, werd door de ‘Corona-overmacht’ naar de geschiedenisboeken verwezen.

Het gebruik van videoconferenties kreeg inmiddels, zij het schoorvoetend, ook een plaats in de rechtbank.

Tal van mogelijkheden liggen open voor een ruimer gebruik van dit medium.

De grote kankerplek op het traject van een strafzaak is immers dat er bij de behandeling ten gronde, waar moet geoordeeld worden over schuld of onschuld, geen of nauwelijks plaats is voor tegenspraak.

De vervolgingen ingesteld door het openbaar ministerie worden vandaag quasi uitsluitend beoordeeld aan de hand van de processen-verbaal die tijdens het voorafgaand onderzoek zijn tot stand gekomen.

Ter zitting van de correctionele rechtbank worden enkel de partijen nog gehoord (in vele gevallen zijn dat enkel de advocaten). Voor “cross-questioning” van de partijen, getuigen en experten is er nooit tijd of ruimte, behoudens voor de hoven van assisen.

Het organiseren van confrontaties tussen partijen, het horen van getuigen en deskundigen via videoconferentie heeft ongetwijfeld het voordeel dat rechtbanken beter geïnformeerd worden, waardoor de foutenmarge bij de beoordeling van de zaak evident kleiner wordt.

Gezien er in Corona-tijd vele zaken naar het najaar werden verwezen moet ook eens nagedacht worden of die maanden juli en augustus, beter bekend onder de benaming “gerechtelijk verlof”, niet op de schop moeten. Een glijdende verlofregeling is in iedere maatschappelijke sector aan de orde, behalve in justitie.

Een efficiëntere en snellere behandeling van een strafzaak met meer faciliteiten om tot waarheidsvinding te komen, daar kan toch niemand tegen zijn?

Met belangstelling kijken we uit naar de pas geïnstalleerde Bijzondere Commissie van het Vlaams parlement die de Corona-aanpak onder de loep moet nemen. Niet-medische aspecten mogen daar immers ook aan bod komen.

Misschien wel de gelegenheid voor de Vlaamse minister van Justitie om haar federale collega te inspireren.

Alexandra Schouteden
Walter Van Steenbrugge
Van Steenbrugge Advocaten

29 juni 2020

Radio 1 Select