"Daar sta je dan, omringd door puisterige hoopjes hormonen"

27 februari 2017
"Daar sta je dan, omringd door puisterige hoopjes hormonen"
Michel Baeten is schrijver en fervente Twitteraar. Laatst kwam hij in contact met zijn innnerlijke bejaarde op een feestje van de lokale jeugdvereniging.
MIDDAGJOURNAAL Michel Baeten maandag 27/02

Ik ben nog maar halfweg de dertig, met wat geluk zit ik dus nog niet eens in de helft, maar toch ondervind ik dat ik meer en meer in situaties beland waarop een mens zich voor het eerst echt ouder begint te voelen.

Wanneer je op een website je leeftijd in een menu moet aanduiden en het wel erg lang duurt voor je tot de jaren tachtig gescrolld bent, bijvoorbeeld. Maar dat is uiteindelijk nog een privéschaamte die je enkel deelt met je muis en welke spionagedienst ook die ongetwijfeld aan de andere kant van de webcam driftig noterend zit mee te gluren.

Erger wordt het wanneer dat prominente gevoel van aftakeling zich plots ook in het openbaar manifesteert. De verwarring op het gelaat van de jobstudente in de supermarkt die het in Keulen hoort donderen als je abusievelijk vraagt waar je een Raider kan vinden in plaats van een Twix. Pijnlijk confronterend. Ik kon me nog net inhouden of ik had hem beantwoord met een gemeende “in mijn tijd he”!

De beste manier om in contact te komen met je innerlijke bejaarde, is echter het bezoeken van een fuif. Niet van die geforceerde afterwork ondingen of -oh gruwel, het woord alleen al- dertigplus parties, nee, een authentieke fuif georganiseerd door de lokale jeugdvereniging in een parochiezaaltje waarvan de vloer al na een half uur herschapen is tot een kleverig oorlogsgebied waaruit een geur van verschaald bier opdampt die niet moet onderdoen voor de bijna zichtbare walm in de toiletten.

Daar sta je dan, omringd door puisterige hoopjes hormonen waarvan je plots beseft dat het merendeel ervan de twintigste eeuw niet eens meer heeft meegemaakt.

Dan maar een drankje bestellen, wat helaas quasi onmogelijk blijkt omdat de er een onorthodox luid gedreun door de zaal galmt.

Gelukkig is het universele handgebaar voor een pintje in de afgelopen twintig jaar nog hetzelfde gebleven. Dat gedreun blijkt overigens de muziek te zijn. Eens dat besef goed en wel is binnen gesijpeld, krijg je ook de blikken van het jonge volkje in de gaten. En dan dringt het pas echt door: zo keek ik vroeger ook naar die rare dertigers die op ‘mijn’ fuif, mijn terrein opdoken. Die oude zakken die daar wat in een hoekje bij elkaar stonden en door hun aanwezigheid krampachtig probeerden te tonen dat ze best nog mee konden met de jeugd.

Ik had nog twee drankbonnetjes over, maar ik besloot ze in te ruilen voor een laatste stukje waardigheid door naar huis te gaan. Het was net middernacht gepasseerd en de zaal stond nog vol dronken pubers.

In mijn tijd zou het niet waar geweest zijn.