In Limburg is het niet altijd peis en vree, en al helemaal niet op de baan

6 februari 2017
Luisteraar Jos Olaerts roept bij Hautekiet op om eens naar onze noorderburen te kijken om de files op te lossen.

De noord-zuidverbinding, de ring rond Hasselt, aanschuiven voor een goedkoop ontbijt in de IKEA ('voor één euro kunt ge het thuis zelf niet maken, hé meneer'), uitwijkstroken voor fruitboeren die in het plukseizoen met hun tractoren moeten plaats ruimen voor foeterende en toeterende bedrijfswagens.

Aan diversiteit van files ontbreekt het hier niet. En dan hebben we het niet eens gehad over ons kroonjuweel: het klavertje vier van Lummen.

Dagelijks zetten honderden bestuurders die vanuit het Maasland komen hun leven op het spel om een plaatsje te veroveren in het grootste gratis openbare magazijn: de E313 richting Antwerpen.

Onze oudste zoon heeft zowat onmiddellijk na het beëindigen van zijn studies werk gevonden in zijn opleidingsgebied, de petrochemische sector. Normaal zou hij dus ook richting Antwerpen trekken.

Maar - de lucky bastard - heeft mede dankzij een prima stagebegeleiding werk gevonden hier vlak over de Nederlandse grens. Afstand: 30 km. Rijtijd: twintig minuten. Files: geen. Stress: geen. Autodelen: ja, met een vriend-collega.

Mogen we even het schoolmeestervingertje opsteken? In ons Genker dialect kennen we de heerlijke uitdrukking 'de moes oaf èn tou ins terwèèrs daere zijn'. Vrij vertaald: ge moet af en toe eens tegendraads durven denken, zijn of doen. En tegen de files, zogezegde zekerheden en grenzen in rijden.