"De allereerste wielerwedstrijden voor vrouwen trokken meer publiek dan die voor mannen"

5 oktober 2021
Parijs-Roubaix voor de vrouwen ©Belga
Het voorbije weekend werd de wielerklassieker Parijs-Roubaix voor het eerst ook gereden door vrouwen. De Britse Lizzie Deignan werd de heroïsche eerste winnares van die primeur. “Het vrouwenwielrennen heeft heel lang in de verdrukking gestaan, terwijl het ooit meer publiek trok dan het mannenwielrennen”, vertelt Bieke Purnelle in ‘De Wereld van Sofie’.

“Je kon die primeur echt wel voelen”, begint journaliste Bieke Purnelle, van het Kenniscentrum voor gender, feminisme en gelijke kansen RoSa. “Je zag hoeveel zin de vrouwen hadden om die wedstrijd te rijden en vooral aan de finish zag je op bijna elk gezicht een brede glimlach. Ondanks de weersomstandigheden hebben ze allemaal heel veel moeite gedaan om de wedstrijd uit te rijden.” 

De Britse Lizzie Deigan is geen eendagsvlieg. “Ze heeft er al een mooie carrière opzitten. Ze is wereldkampioen geweest in 2015, heeft de Ronde van Vlaanderen en Luik-Bastenaken-Luik gewonnen en nu dit. Echt een topper.”

Geen zwangerschapsverlof

Deignan is ook een voorvechtster voor meer gelijkheid in de wielersport. “Een van haar stokpaardjes is zwangerschapsverlof voor vrouwelijke wielrenners”, zegt Purnelle. “Niet toevallig, want ze heeft zelf op jonge leeftijd een kind gekregen en is dan teruggekeerd naar het peloton. Dat is totaal niet gebruikelijk.”

“Als je zwanger bent kan je niet trainen en wedstrijden rijden", gaat Purnelle verder. "Nadien moet je nog herstellen. Veel vrouwen stoppen gewoon als ze een kind krijgen, omdat ze niet dezelfde middelen hebben als in het mannenwielrennen. Deignan toont dus dat het wél kan en ook Annemiek van Vleuten bijvoorbeeld presteert nog heel goed op latere leeftijd.”

Fietsende vrouwen waren een bedreiging voor het voortbestaan van de mensheid.

Onlangs schreef Benno Wauters, leerkracht en freelancejournalist, in zijn opiniestuk in De Morgen dat vrouwenwielrennen per definitie minder interessant is dan mannenwielrennen. “Iedereen heeft het recht om dat niet interessant te vinden, je moet er niet naar kijken”, reageert Purnelle. “Maar mij stoorde het dat er een aantal historische en sportieve onjuistheden in het stuk stonden.”

Ten eerste is het vrouwenwielrennen, in tegenstelling tot wat veel mensen denken, géén recente sport. “Vrouwen zijn net als mannen van zodra de fiets bestond, begonnen met wielrennen. Bovendien trokken de allereerste wielerwedstrijden voor vrouwen net méér publiek, vooral omdat ze korter waren. De wedstrijden voor mannen waren uitputtingsslagen, heroïsch maar niet spannend.”

Verbod op vrouwenwedstrijden

Men ging ervan uit dat vrouwen die wedstrijden niet aankonden, dus maakten ze die korter. En dat zorgde voor heel explosieve en spannende wedstrijden. “Daarnaast waren wielrennende vrouwen ook controversieel, omdat ze niet geacht werden aan competitiesport te doen en al helemaal niet met zo’n onelegante sport. Men dacht toen ook dat fietsen de vrouwelijke organen zou beschadigen, vooral het voortplantingsorgaan. Fietsende vrouwen waren dus een bedreiging voor het voortbestaan van de mensheid.”

Daar heeft het vrouwenwielrennen onder moeten lijden. Tijdens een korte periode van zo’n acht jaar was het heel populair, maar als de auto de populariteit van de fiets kwam verstoren, kwam dat vrouwenwielrennen in de verdrukking. “Dat had veel te maken met conservatieve krachten. Er kwam zelfs een verbod op vrouwenwedstrijden. Als vrouwen wilden fietsen, moesten ze dat onder een pseudoniem doen, of clandestien”, zegt Purnelle.

Onbekend is onbemind

Volgens Benno Wauters zijn de personages niet interessant genoeg. “Je kan personages maar interessant vinden als je ze kent en er iets van weet. Ik heb zelf een jaar of vijf geleden beseft dat ik veel verhalen kende van het wielrennen, maar weinig over vrouwelijke wielrenners. Ik kende blijkbaar amper vrouwelijke renners uit de vorige eeuw.”

Purnelle is zich erin gaan verdiepen en heeft indrukwekkende verhalen ontdekt. “Je valt achterover van wat die vrouwen op te beginnen al moesten doen om te kunnen wielrennen. Het heeft geduurd tot eind jaren 50 tot vrouwen opnieuw wedstrijden mochten rijden. Ze moesten dus enorm veel drempels over om daar te geraken en een loon hadden ze niet. Soms moesten ze rijden voor een tafellaken of waspoeder als prijs.”

Tot op vandaag worden de verhalen van vrouwelijke renners weinig verteld. “Als je in een doorsnee krant het sportnieuws dat over vrouwen gaat eruit knipt en dat vergelijkt met dat over mannen, dan zie je een gigantisch verschil. En ja, de interesse in mannenwielrennen is groter, maar wat je niet ziet, daar kan je ook geen interesse voor opbrengen. Dus dat vrouwenwedstrijden sinds 2018 op televisie uitgezonden worden, heeft het allergrootste verschil gemaakt.”

Inhaalbeweging blijft uit

Het gaat de goede kant uit, maar de echte inhaalbeweging blijft uit. Als je alleen al naar het prijzengeld kijkt: Sonny Colbrelli wint 30 000 euro, Lizzie Deignan amper 1600. “Er bestaan regels rond dat prijzengeld en dat is ook niet nieuw. Die kloof is natuurlijk enorm, maar we zitten nog in een fase waarin het vrouwenwielrennen heel weinig middelen heeft. Een wedstrijd organiseren is nog steeds niet winstgevend.”

“Prijzengeld optrekken is leuk voor de toppers, maar de rest heeft daar niets aan. 30 à 40 procent van de vrouwelijke renners heeft niet eens een loon, dus misschien is het duurzamer om er eerst voor te zorgen dat vrouwenwielrennen genoeg aandacht krijg en sponsors genoeg geld willen geven.”

Herbeluister het gesprek met Bieke Purnelle via Radio 1 Select

Lees ook