De allerkoudste koude

9 februari 2019
Als de zomer stilaan overgaat naar herfst zijn we al rillerig als het 15 graden is. Vreselijk, trek een truitje aan. Dat het in de winter min 10 en erger kan worden, is een quasi ondraaglijk vooruitzicht. Maar in de lente noemen we de eerste dag waarop het opnieuw 15 graden is bloesjesdag. De truien gaan weer de kast in en de terrasjes vullen zich voor het eerst. Heerlijk.

Om maar te zeggen: kou is relatief. En het kan altijd nog kouder.

Fout. Er bestaat zoiets als absolute koude. De wetten van de fysica zitten zo in elkaar dat het niet kouder kan worden dan 273 graden onder nul. -273,15°C om helemaal precies te zijn. 

Ik zal dat met mijn radiomakersverstand proberen uit te leggen, al zit zaterdag Senne Van Loon aan de Interne Keukentafel, en hij kan dat veel beter.

Hier gaan we: we voelen dat het kouder wordt, maar wàt voelen we echt? Wat is dat eigenlijk, kou? Wel: wat we voelen is de trilling van atomen en moleculen. Hoe minder die kleinste materiedeeltjes bewegen, hoe kouder het wordt.

Deeltjes die minder bewegen - minder duwen en trekken en botsen met elkaar - komen dichter bij elkaar te zitten. Auto's in een file staan dichter op elkaar dan auto's in beweging. Vandaar dat materie krimpt als ze afkoelt.

Als je de temperatuur laat dalen, stapje voor stapje, moet je op een bepaald ogenblik op het punt komen dat alle beweging stopt. Alle deeltjes plakken dan tegen elkaar. Het was Lord Kelvin die eind negentiende eeuw uitrekende bij welke temperatuur alles tot stilstand komt. -273,15°C. Dat noemen we 0 op de schaal van Kelvin, het absolute minpunt.

Die -273,15°C is theorie. Het is in de praktijk niet mogelijk om die allerkoudste koude te bereiken. Maar Senne Van Loon komt in het laboratorium van de Universiteit Antwerpen aardig in de buurt. Hoe en vooral waarom hij dat doet, zal zaterdag onderwerp van gesprek zijn.

Hier gaan we: we voelen dat het kouder wordt, maar wàt voelen we echt? Wat is dat eigenlijk, kou? Wel: wat we voelen is de trilling van atomen en moleculen. Hoe minder die kleinste materiedeeltjes bewegen, hoe kouder het wordt.

Deeltjes die minder bewegen - minder duwen en trekken en botsen met elkaar - komen dichter bij elkaar te zitten. Auto's in een file staan dichter op elkaar dan auto's in beweging. Vandaar dat materie krimpt als ze afkoelt.

Als je de temperatuur laat dalen, stapje voor stapje, moet je op een bepaald ogenblik op het punt komen dat alle beweging stopt. Alle deeltjes plakken dan tegen elkaar. Het was Lord Kelvin die eind negentiende eeuw uitrekende bij welke temperatuur alles tot stilstand komt. -273,15°C. Dat noemen we 0 op de schaal van Kelvin, het absolute minpunt.

Die -273,15°C is theorie. Het is in de praktijk niet mogelijk om die allerkoudste koude te bereiken. Maar Senne Van Loon komt in het laboratorium van de Universiteit Antwerpen aardig in de buurt. Hoe en vooral waarom hij dat doet, zal zaterdag onderwerp van gesprek zijn.

Radio 1 Select