De Brexit begon in 1066

15 maart 2019
“Geschiedenis is de studie van het verleden om het heden beter te begrijpen.” Dat hebben ze ons op school geleerd. Ondertussen zijn we - vele jaren ouder en wijzer - tot de vaststelling gekomen dat het eerste deel van die zin klopt. Maar of dat helpt om de wereld vandaag beter te begrijpen?

Kunnen we fenomenen als de Brexit en Trump beter verstaan als we weten wat eraan vooraf is gegaan? Stel dat we de Engelse en Amerikaanse geschiedenis zouden uitpluizen van 1066 tot nu? Zouden we daar veel wijzer van worden?

Historicus en politiek analist Ivo van de Wijdeven probeert het in zijn boek ‘De nieuwe rafelrand van Europa’: onderzoeken hoe onze relatie met Engeland en Amerika de voorbije eeuwen is geëvolueerd.

Het boek leest als eb en vloed, een komen en gaan van Britten en Amerikanen op het oude continent. Het is een spectaculair boek, ook al doet de nuchtere historicus niks anders dan de feiten op een rijtje zetten.

Van de 193 landen die vandaag lid zijn van de Verenigde Naties zijn er maar 22 waar de Britten nog nooit zijn binnengevallen. België is daar niet bij. En Nederland ook niet. Al moeten we wel toegeven dat de Nederlanders in de zeventiende eeuw Engeland hebben veroverd. Een Hollander op de Engelse troon. Dat is nog wat anders dan de Brexit.

We hebben eruit geleerd dat de wereld er gemiddeld om de halve eeuw helemaal anders uitziet en dat je nooit kan weten wat ons nog te wachten staat. Hoe hard je ook terugblikt.

En toch is dat wat we zaterdag gaan doen: terugblikken. Al was het maar om te beseffen dat de tijden altijd turbulent zijn geweest. Dat noemen ze: de dingen in historische perspectief plaatsen. Dat helpt tegen Grote Woorden en de Waan van de Dag. Dat is dan weer wel een voordeel van geschiedenisonderwijs.