De Crem wil plaatsverbod voor amokmakers, "maar dat kan niet in 14 dagen mogelijk worden gemaakt"

11 augustus 2020
© Virginie Lefour (Belga)
Minister van Binnenlandse Zaken Pieter De Crem (CD&V) werkt aan een plaatsverbod voor amokmakers aan de hele kust en in de recreatiedomeinen. Dat heeft hij gezegd in de commissie Binnenlandse Zaken van de Kamer. Op die manier wil De Crem situaties als zaterdag in Blankenberge vermijden, al geeft hij toe dat deze maatregel niet voor het einde van de zomer te realiseren is.

Minister Pieter De Crem werd in de commissie Binnenlandse Zaken aan de tand gevoeld over de situatie aan de kust afgelopen weekend. Verschillende commissieleden stelden zich heel wat vragen, niet alleen over de drukte aan de kust, "die perfect voorzien had kunnen worden", maar ook en vooral over de relschoppers in Blankenberge. Sommige commissieleden verweten de minister dat de federale regering de kustburgemeesters in de steek heeft gelaten en er geen plan was voor het binnenlands toerisme in coronatijden.

Verschillende commissieleden eisten ook een plan van aanpak tegen relschoppers aan de kust. De Crem kondigde aan dat hij aan een plaatsverbod voor amokmakers werkt, dat aan de hele kust zal gelden en indien nodig ook in de recreatiedomeinen. Dat plaatsverbod zal gerechtelijk of administratief opgelegd worden, voegde de minister eraan toe, dat moet nog bekeken worden. "Ik zal blijven optreden om de openbare orde te handhaven", zei De Crem, "die kerels zijn hier geen baas en zullen het ook nooit worden."

Daarnaast pleit De Crem ook voor een meldingsplicht tijdens een hittegolf voor mensen die al bekend zijn bij het gerecht voor strafbare feiten. Die zouden zich in het politiecommissariaat van hun woonplaats moeten aanmelden, zodat de politie kan controleren of ze zich aan het plaatsverbod houden. Het sluiten van stations wil De Crem niet. "Dat zou buiten alle verhouding zijn en de gewone dagjestoeristen straffen."

"We zullen het plaatsverbod invoeren en de controle daarvan ligt op de plaats van domicilie", zegt De Crem in "Het Journaal". "Ik laat in het midden wie dat gaat controleren, maar in elk geval zal het gebeuren." Hij noemt het plaatsverbod "bijzonder belangrijk" voor mensen die in de zomer naar de kust, naar recreatiedomeinen of openbare gelegenheden gaan. Het zal gelden voor mensen die "bijvoorbeeld veroordeeld zijn of administtratief bestraft (GAS-boete, red.) zijn". Navraag bij het kabinet van Binnenlandse Zaken leert dat het plaatsverbod alleen in de toekomst zal gelden voor wie gelijkaardige feiten pleegt - het zal dus niet gelden voor feiten die in het verleden zijn gepleegd - en ofwel voor de plaats waar hij/zij zich heeft misdragen, ofwel voor de hele kust, ofwel ook voor recreatiedomeinen. Dat zal dan afhangen van de zwaarte van de feiten.

(lees verder onder de foto)

© Maarten Weynants (Belga)
© Maarten Weynants (Belga)

Dinsdagmiddag gaf Pieter De Crem toe dat het plaatsverbod niet meer voor deze zomer is. "Ik ga de zaken ook realistisch bekijken", zegt hij in 'De Wereld Vandaag'. "Het is niet mogelijk om dat nog voor het lange weekend van 15 augustus mogelijk te maken en het is ook niet mogelijk om dat op een periode van 14 dagen mogelijk te maken.” Deze zomer verandert er met andere woorden weinig of niets, tenzij dat er meer politiecontroles zullen worden uitgevoerd waarbij amokmakers of potentiële amokmakers worden geïdentificeerd.

Tijd verloren

De minister weerlegde in de commissie wel de kritiek dat er afgelopen weekend te weinig federale politiesteun naar Blankenberge werd gestuurd. Er was versterking vanuit de buurgemeenten en de federale politie heeft meer dan 80 agenten ter versterking gestuurd, stelde De Crem. "In totaal waren er op dat moment 135 politieagenten ter beschikking. Er is op geen enkel moment en op geen enkele wijze melding gemaakt van een tekort aan inzetbare politie." Volgens De Crem is de structurele federale politieondersteuning overigens verdrievoudigd ten opzichte van de voorbije jaren, ook om te controleren of de coronamaatregelen nageleefd worden.

Hij wijst daarentegen met een beschuldigende vinger naar de lokale overheid in Blankenberge. "Die moet ervoor zorgen dat er niet te veel strandgangers aanwezig zijn bij het opkomen van de zee. Maar er is niet geëvacueerd, waardoor onruststokers bij de gewone badgasten terechtgekomen zijn." De eerste signalen over onruststokende jongeren liepen al rond 14 uur binnen, maar er is pas rond 17.30 uur opgetreden, stelde De Crem. "Er werd dus tijd verloren."

De Crem ontkent ook dat de Blankenbergse politie zich zondag schuldig gemaakt heeft aan etnische profilering (het bewust controleren van bepaalde bevolkingsgroepen op basis van hun huidskleur). "Er is gecontroleerd op aantallen, want samenscholingen met meer dan 10 personen zijn verboden, wat ook de afkomst is. Ook potentieel drankverbruik is een reden om onmiddellijk op te treden, net als druggebruik."

Beluister het gesprek met Pieter De Crem in 'De Wereld Vandaag':

Bron: vrtnws.be en 'De Wereld Vandaag'

Lees ook:

Radio 1 Select