De duivel is een metafoor

19 juli 2017
De duivel is vooral het symbool voor het kwade
De duivel is een geloofspunt in de katholieke leer, bevestigt theoloog Hans Geybels. Maar eerder als metafoor voor het kwade. De vele gedetailleerde verschijningsvormen en verhalen rond de duivel komen niet uit de Bijbelse geschriften, maar eerder uit volkse tradities, verhalen en interpretaties. Als de katholieke kerk vandaag nog aan exorcisme doet, is dat eerder een vorm van placebo in een bredere psychiatrische therapie.

De eerste keer dat er een vorm van duivel voorkomt in de Bijbel is bij het scheppingsverhaal waar de slang Eva verleidt om het kwade te doen, zegt KU Leuven-theoloog Hans Geybels. Maar hij duikt evengoed helemaal op het eind op als zevenkoppige draak bij de Apocalyps waar de eindstrijd tussen Goed en Kwaad moet worden beslecht.

Wie het over de duivel heeft, kan niet anders dan het ook over engelen hebben. In het katholieke geloof zijn duivels immers ‘gevallen engelen’. Die konden het niet verkroppen dat God de mens schiep als wezen met een vrije wil dat boven hen stond. Toen ze daar tegen in opstand kwamen werden ze door de overgebleven ‘loyale’ engelen uit de hemel verdreven.

Doorheen de eeuwen gaven mensen zelf de duivel verder vorm. Zo krijgt de figuur van de duivel na verloop van tijd bokkenpoten. Geybels ziet daarin de vertaling van het idee van ‘zondebok’. Hij verwijst daarvoor naar het Bijbels idee van ‘met de zonden van Israël beladen worden en in de woestijn gestuurd worden’.

In de Middeleeuwen ontstond in Ierland van Saint Patrick dan weer het idee om de duivel te koppelen aan ‘boeten in de hel’. Voordien bestond een vaag idee over de hel als vuurhaard, maar vanaf dan werd ‘branden in de hel’ concreet. Daarvoor vond men een heel arsenaal aan boetedoening en biecht uit. In de Ierse tradities zijn straffen vaak levenslang.

Later werd het idee van vagevuur bedacht door pragmatische geloofsdienaars. Men zat immers met de vervelende kwestie van pasgeborenen die voor hun doopsel stierven en dus nog altijd belast waren met de erfzonde. Hen daarvoor laten boeten in de hel vond men toch wel wat overdreven en zo ontstond de constructie van het vagevuur als tussenoplossing, zegt Geybels.

Ook bij duiveluitdrijving of exorcisme ziet de KU Leuven-theoloog een gezonde portie katholieke pragmatiek. In ons land zijn er alleen in Averbode nog specialisten. En die vertrekken vanuit het idee dat bij hun ‘patiënten’ meer speelt dan ‘bezetenheid door de duivel’. Hun focus ligt dan ook meer op het herstel van mentale problemen van de betrokkenen in samenspraak met psychiaters. De duiveluitdrijving is in die optiek haast eerder een ‘placebo-effect’ in het geheel van een therapie.