"De échte vraag gaat niet om hoe natuurlijk iets is, maar om wat het met je doet"

19 februari 2016
Er zitten deze week een heleboel eet-discussies in het nieuws. 'Laat ons er een ethische discussie van maken', dachten we, dus we nodigden filosoof Johan Braeckman uit. Hij denkt bij ons na over de vraag waarom 'onnatuurlijk' per definitie ongezond is.

Sinds wanneer is onnatuurlijk per se ongezond? Dat vroeg Dieter De Cleene van wetenschapsmagazine Eos zich af in een opiniestuk in De Standaard. Op die vraag laten wij nu moraalfilosoof Johan Braeckman (UGent) los.

"Mensen zijn cultuurwezens die van nature uit onnatuurlijke dingen doen."

Intuïtief hebben we een afkeer van onnatuurlijke dingen, maar volgens Braeckman zijn we daar niet consequent in. Enerzijds willen veel mensen genetisch gemanipuleerde voeding (ggo's) eten, maar anderzijds dragen we kleren, een bril en nemen we medicatie. Die dingen zijn ook tegen de natuur in, maar dat doet er eigenlijk niet toe.

Om één of andere reden ligt dat gevoeliger bij ons voedsel. Ggo's langs alle kanten bekritiseerd. Als het gaat om de sociale gevolgen kan die kritiek terecht zijn, maar het gegeven dat je genetisch materiaal van het ene organisme naar het andere transporteert is vaak niet slecht.

Enkel wat God geschapen heeft is volgens ons buikgevoel natuurlijk.

In de middeleeuwen vond men de bril ook tegen de natuur ingaan, maar op een meer theologische manier. Mensen vonden toen enkel wat God geschapen heeft natuurlijk, al de rest was ketterij. Die gedachte zit er onrechtstreeks nog steeds in, ook bij niet-gelovigen.

Omgekeerd is het ook niet zo dat alles uit de natuur even gezond is. Je eet best geen giftige paddestoelen of bessen, terwijl die recht uit de natuur komen. De échte vraag gaat om het resultaat: wat doet het met je lichaam? Als het goed is voor je lichaam is er volgens Braeckman geen reden om iets niet te eten.

Foto © Getty Sion Touhig