"De elfstedentocht is nog geen reden om Heineken te drinken"

21 januari 2019
Het vriest in Nederland en dan komt een bepaalde jaarlijkse traditie bij onze bovenburen terug naar boven: de speculatie of er dit jaar terug een elfstedentocht komt. Bas Birker woont al een tijdje in België en heeft dus niet veel met de tocht. Of misschien wel?

Liefste landgenoten,

Nooit eerder was ik zo dankbaar voor flanellen lakens als vannacht. Temperaturen tot -18 in Ardense valleien: het was zo koud dat ik de douche moest krabben. Je weet dat je in een lange relatie zit als je het warm krijgt van flanellen lakens en koud van de voeten van je vrouw. Vroeger maakte zij me heet en liet beddengoed me koud. Maar dat wil niet zeggen dat ik het niet warm krijg van kou. Integendeel. Wanneer er drie dagen vrieskou wordt voorspeld, begint oranje bloed te koken en draait alles nog maar om 1 woord: Elf. Steden. Tocht. De Nederlandse maatschappij doet bij een beetje kou, wat Mathilde doet tijdens een passionele nacht met Filip: kraken onder de vorst.

Er zijn drie redenen waarom de noorderburen zo zot zijn van de tocht der tochten:
1. Hij wordt maar zelden verreden. De laatste editie was in 1997. Dat is nog langer geleden dan een deelname van oranje aan een groot voetbaltoernooi.
2. De 200 kilometer lange tocht is heroïsch en niemand is er echt klaar voor. Van de 17.000 deelnemers zijn er 16.891 ongetraind en dat levert meer tranen en valpartijen op dan de gemiddelde vergadering van de N-VA in Mechelen.
3. Het is een zeldzaam zot evenement dat maar 1 dag duurt. Dus mogen de sobere noorderburen doen alsof de wk-finale, carnaval en het einde van tournée minérale op 1 dag vallen. Ze zuipen tot ze omvallen. Tijdens de gemiddelde elfstedentocht vallen er 4 doden, waarvan 3 langs de kant en maar 1 op het ijs. En zelfs die laatste is een toeschouwer die gewoon van de kant afvalt. Het is weer eens wat anders dan van je geloof vallen.

België heeft geen elfstedentocht. Moest er hier één keer in de 23 jaar een schaatstocht van 200 kilometer worden georganiseerd, dan nog lagen er putten in het ijs, was er onderweg een onduidelijke omleiding en zou de vakbond de gelegenheid aangrijpen om net die dag te gaan staken. Bovendien hebben wij trotse Belgen geen zeldzame schaatstocht nodig om onszelf van de wereld te zuipen terwijl we kijken naar vallende landgenoten. Hier heet dat gewoon koers. Of kermis. Of dinsdag.

Als de elfstedentocht wordt verreden, gaat dat mij, met mijn dubbele nationaliteit, in een existentiële crisis storten. Maar mijn Nederlands bloed gaat het voor één keer winnen. En dus zal ik van begin tot eind kijken naar schaatsers die vallen in gaten in het ijs veroorzaakt door overgevende toeschouwers; de zogeheten kotswakken. Ik kijk van onder een flanellen deken, terwijl ik een bak Tongerlo Blond leegdrink. Want het mag dan wel de tocht der tochten zijn, het is nog steeds geen reden om Heineken te drinken.

Radio 1 Select