De Franse Revolutie was al half af toen ze nog moest beginnen

21 december 2019
De Franse Revolutie kwam in 1789 als een totale verrassing. Nadien zag de wereld er helemaal anders uit. Dat eerste klopt, dat tweede niet.

Het Frankrijk van het Ancien Régime leek al verrasend veel op dat van na de Revolutie. Er was nog nooit zoveel vrijheid en gelijkheid. De boeren bezaten hun eigen grond. Rijke burgers raakten hoog op de maatschappelijke ladder. Je mocht zeggen en schrijven wat je wou. Helemaal anders dan in de middeleeuwen. In principe was iedereen gelijk voor de wet, alleen die adelijke priviliges zaten nog in de weg. En toch. Uitgerekend in het meest welvarende en vrije land van Europa ontploft de bom. Waarom net daar en dan?

Dat is wat Alexis de Tocqueville* probeert uit te zoeken in ‘Het Ancien Régime en de Revolutie’. Verschenen in 1856. Zopas in het Nederlands vertaald.

Tocqueville heeft de Franse Revolutie niet zelf meegemaakt. Hij was 10 toen Napoleon in Waterloo van het toneel verdween. Maar hij kwam wel uit een aristocratische familie. Zijn overgrootvader was de advocaat van de laatste Franse koning Louis XVI. Die eindigde net als zijn koninklijke cliënt onder de guillotine. Maar toch koesterde zijn achterkleinzoon geen wrok tegen de Revolutie. Volgens hem was ze onvermijdelijk. Un fait providentiel.

Tocqueville wilde vooral begrijpen hoe het zover was kunnen komen, waarom vrijheid en gelijkheid zo moeilijk te verzoenen zijn, en wat je kan doen om te vermijden dat een goedbedoelde democratie verwordt tot dwingelandij. Want dat was wat er gebeurd was. Mooi woord, trouwens, dwingelandij. Leuk dat we dat zaterdag nog eens op de radio kunnen gebruiken.

Berend Sommer vertaalde het boek samen met zijn broer. 

*Tocqueville, Tocqueville… dat zeg mij iets. Iets dat niet die van… allez… dinges.

Beluister het volledige interview uit Interne Keuken:

Radio 1 Select