De integrale tekst van Christophe Vekeman

6 april 2018

‘Bah’, plachten eertijds patjepeeërs en andersoortig tuig van de richel gedegouteerd uit te roepen als het onderwerp spelling ter sprake kwam. Vandaag, echter, is een dergelijke luiemensenattitude gemeengoed geworden, en dus geenszins nog het alleenrecht van getatoeëerde hasjiesjrokers, brisante methamfetamineamateurs en lieden die nooit Houtekiet hebben gelezen. De taalminnende is heden ten dage ten langen leste én te allen tijde even raar geworden als een blobvis in pyjama.

Wie weet nog, bijvoorbeeld, waar ‘vanilleseks’ voor staat? Misschien de een of andere sybariet, ja, of een oververhitte suzannaboef. 

Laatst, ongeveer halverwege de trans-Siberische spoorlijn, ontmoette ik een rijzige jap in een salopette met een cubaan in zijn hoofd, je weet wel, zo’n churchillsigaar die zelfs onaangestoken in staat is de doorsnee broccoli-eter (mag ook: doorsneebroccoli-eter) warentig eczeem te bezorgen, en ik vroeg hem of het in het land van de rijzende zon ook zo godonterend en tenhemelschreiend slecht gesteld was met de liefde voor het woord. Hij antwoordde dat hij vaandrig-ter-zee van professie was, en dus wel andere besognes had.

Ik had geen zin in gesteggel, dus verzuimde ik om uit te weiden over wat mijn mening dienaangaande was, namelijk dat het miasma van onverschilligheid veel vicieuzer was dan het aroma van een consciëntieus gerolde corona.

Nee, wat ik deed was: mij in boeddhahouding manoeuvreren (mag ook: maneuvreren) en beaat wegdromen op de wieken van mijn memorie. Op stel en sprong bevond ik mij zodoende niet langer in een derdeklaswagon die erg drukdoenerig bezig was oostwaarts te denderen, maar bereed ik in gedachten wederom een lipizzaner in het Verre Westen, gillend als een gillesdelatourettepatiënt met een gin-fizz in zijn omhooggestoken hand.

En die Japanner? Die zat erbij voor Piet Snot!

Lees ook de duiding van Ruud Hendrickx bij de dicteetekst: