De interne keuken van The New York Times

2 juni 2018
“Wow.” Dean Baquet, hoofdredacteur van de krant kijkt samen met een handvol collega’s naar de beelden van de eedaflegging van Donald Trump. Het is 20 januari 2017. “What a story.” Hij zwijgt even, glimlacht. Lijkt het amper te kunnen geloven… “What a fucking story.” Hij wacht even.. en dan: “Ok, let’s go.”

Zo begint ‘The Fourth Estate’, een vierdelige documentaire over een krankzinnig jaar op de redactie van The New York Times. Het jaar waarin de kersverse president het begrip ‘fake news’ lanceerde en de media ‘the enemy of the people’ noemde. De scènes waarin hij zijn aanhangers bij een meeting ophitst tegen de journalisten in de zaal zijn ronduit griezelig.

Je ziet redacteurs die het waanzinnige tempo van hun eigen krant amper kunnen bijhouden. Elke seconde gebeurt er wel iets nieuws en een paar seconden later moet er al een bericht online staan. Iedereen verwacht kwaliteitsjournalistiek en liefst nog een paar grote onthullingen per dag, maar niemand koopt nog een papieren krant waardoor de advertentie-inkomsten kelderen en er steeds minder geld is om nieuws te maken in een tijdperk waarin de leugen regeert.

Gevolg: angst, onvrede en ontslagen. Daar bovenop een #metoo-probleem in eigen rangen. En altijd weer opnieuw die slogan: ‘The media are fake news!’. Niemand die het zich kan permitteren om ook maar één fout te maken. Wie kinderen heeft stopt die via Skype in bed. Gesteld dat daar tijd voor is.

Stress. Adrenaline. En een soundtrack van Trent Reznor. Dat is The Fourth Estate. Een unieke inkijk in de interne keuken van de Vierde Macht. Binnenkort te zien op Canvas. Wij praten met Frank Albers, ooit zelf journalist, nu schrijver, filosoof en docent Amerikaanse cultuur aan de Universiteit Antwerpen.