De massahysterie rond Coca-Cola in 1999, hoe zat dat ook alweer?

4 maart 2020
Miljoenen Coca-Cola producten moesten vernietigd worden (1999) ©Geert Vanden Wijngaert (Belga)
Onze obsessie voor het nieuwe coronavirus een massahysterie? Het is nog te vroeg om nu al die diagnose te stellen. Waar wel het woord 'massahysterie' op kleeft, is de Coca-Cola-crisis uit 1999. Een terugblik.

Het is 8 juni 1999. Kort na de middag krijgt Wilfried Fleurackers uit Bornem een telefoontje. “We kregen telefoon van de school dat één van onze kinderen was opgenomen in het ziekenhuis. Blijkbaar had Kristof giftige Coca-Cola gedronken.” In totaal krijgen 37 ouders van leerlingen in het Onze-Lieve-Vrouw Presentatie Instituut in Bornem die dinsdag telefoon. En daar was letterlijk een geurtje en blijkbaar ook een smaakje aan.

De kinderen worden met ambulances naar het ziekenhuis gebracht. Geen alledaagse gebeurtenis, dus journaalploegen rukken uit en gaan de kinderen en de dokters interviewen. De kinderen spreken van hoofdpijn, buikkrampen, hartkloppingen, bevingen en ze hebben last van duizeligheid. Ook de zoon van Fleurackers heeft die klachten. “Mijn zoon klaagde over hoofdpijn en braakneigingen.”

Onopgeloste zaak

De meeste patiënten mogen snel naar huis. Maar bij Kristof lijkt het erger te zijn. “Hij is dat jaar niet meer naar school kunnen gaan. Die symptomen zijn zeker 2 jaar in zijn lichaam blijven zitten. Hij kon geen trappen meer op en hij kon niet meer sporten. Gewoon omdat hij zo vermoeid was door die verkeerde inname.”

Hoe duidelijk de symptomen ook zijn, er wordt niet echt iets concreet gevonden. Het is niet duidelijk wat die problemen bij Kristof heeft veroorzaakt.

Niet altijd kippen

De dag erna, op 9 juni 1999, haalt Coca-Cola miljoenen flesjes uit de handel. In totaal zo’n 17 miljoen eenheden ter waarde van ongeveer 100 miljoen euro. Coca-Cola geeft toe dat er in die flesjes een aantal producten zitten die er niet in thuishoren. Maar die stoffen zouden onmogelijk de oorzaak kunnen zijn van die heftige lichamelijke klachten.

Het nieuws dat miljoenen flesjes uit de handel werden gehaald, wordt door Bavo Claes als volgt aangekondigd in Het Journaal van 9 juni: “Het moeten niet altijd kippen zijn. Coca-Cola neemt 2 en een half miljoen flesjes Coca-Cola uit de handel.”

Wat hebben die kippen hiermee te maken? Alle items in het journaal die voor de Coca-Cola-crisis kwamen, gingen over de veelbesproken dioxinecrisis die twee weken eerder publiek is losgebarsten. Het hele land stond op stelten. Claes insinueert hier dus dat er een algemene angst is ontstaan voor smerigheid in ons eten.

Mass Sociogenetic Illness

Twee weken na de feiten is Ben Nemery, een arts en toxicoloog, te gast in Terzake. “Wij komen tot de conclusie dat de meest waarschijnlijke interpretatie van alles wat gebeurd is, neerkomt op Mass Sociogenetic Illness. Best te vertalen door een collectieve psychosomatische reactie”, zegt hij.

Er zijn goede redenen om dat te denken. De Coca-Cola vergiftiging is ondertussen uitgebreid. Na Bornem worden er vergiftigingen vastgesteld in scholen in Brugge, Harelbeke, Lochristi en Kortrijk. Dat is vreemd, want die flesjes worden elders gebotteld, in de fabriek in Duinkerke. En gek genoeg wordt er niemand ziek door Coca-Cola te drinken in een café.

Meldpunt

Er wordt een meldpunt ingesteld. Dat krijgt in twee weken tijd 1418 ongeruste telefoontjes. Vele waren louter voor informatie, maar 783 telefoontjes waren van mensen met symptomen van die Coca-Cola vergiftiging. En bij al die mensen wordt door een dokter niets ernstig vastgesteld.

Ben Nemery voegt nu nog iets toe aan zijn getuigenis uit 1999: “Ik denk dat de Coca-Cola-crisis niet zou ontstaan zijn, als het niet tijdens de dioxinecrisis was.” En volgens Nemery was het geen toeval dat het met Coca-Cola, een wereldmerk, gebeurde.

(Lees verder onder de foto)

Miljoenen Coca-Cola producten moesten vernietigd worden. ©Geert Vanden Wijngaert (Belga)

Opnieuw in de rekken

Op 23 juni 1999 wordt beslist dat Coca-Cola opnieuw verkocht mag worden. Tot dan was het verboden om het te verkopen. Dat heeft het bedrijf natuurlijk miljoenen gekost. Vanaf 23 juni worden campagnes georganiseerd om mensen opnieuw Coca-Cola te doen kopen.

Maar wat met mensen als Wilfried Fleurackers, die er na 20 jaar nog steeds van overtuigd is dat zijn zoon door een flesje Coca-Cola ziek geworden is? “Op dat moment konden we spreken van massahysterie, omdat de ene na de andere viel. Maar onze kinderen waren echt ziek”, vertelt Wilfried. En hij is heel zeker dat het met die flesjes te maken had.

Als je niet de enige bent die dat krijgt, dan werkt dat aanstekelijk

Was er dan in Bornem echt iets aan de hand met die flesjes, en was alles die erna kwam massahysterie? “Dat kunnen we niet zeggen”, zegt Nemery. “Maar met misschien de uitzondering van de zoon van Fleurackers, had niemand ernstige letsels en waren ze vaak snel verdwenen. Door paniek kan je wel ernstige symptomen vertonen. Je kan er heel bleek uitzien en hartkloppingen krijgen. En als je niet de enige bent die dat krijgt, dan werkt dat aanstekelijk.”

Volgens Nemery mogen we de term massahysterie eigenlijk niet meer gebruiken. “Het stoort mij omdat de term hysterie een term is uit de 19de eeuw die uitgevonden is door psychiaters die het gemunt hadden op vrouwen die ‘raar’ of ‘hysterisch’ deden. Hysterie komt van uterus, baarmoeder, en zo werd het dus seksistisch bestempeld als een soort van vrouwenzieke of irrationeel gedrag.” We zouden moeten spreken over een ‘massa sociogene ziekte’. Dus massahysterie zeggen we vanaf nu nooit meer. 

Herbeluister hier de reconstructie in ‘De Wereld van Sofie’

Lees ook:

Radio 1 Select