"De mens is op de maan niet verder geraakt dan wat stenen oprapen"

22 mei 2019
Bo Van Spilbeeck was tien jaar oud toen Neil Armstrong op de maan landde en Eddy Merckx als eerste over de finish van de Ronde van Frankrijk reed. Dat eerste is haar vooral bijgebleven en nu Trump en China terug mensen op de maan willen zetten, lijkt de space race terug begonnen.

“It is a small step for man, a giant leap for mankind.” Bijna 50 jaar geleden heeft de Amerikaanse astronaut Neil Armstong als eerste mens voet op de maan gezet. Ik zal het nooit vergeten, want op diezelfde dag won Eddy Merckx zijn eerste Ronde van Frankrijk met een ongezien overwicht. 21 juli 1969, onze nationale feestdag. Ik was 10 en wij waren met de jeugdbeweging op kamp in de Ardennen. We naar het plaatselijke café om het allemaal mee te maken. De maanlanding, niet de overwinning van Merckx, hoewel ik het toen misschien liever anders gehad had.

Die maanlanding was een prestigewedloop tussen Amerikanen en Sovjets. De Yankees waren twee keer met rode kaken geklopt: in 1957 met de eerste satelliet, Spoetnik, vier jaar later met de eerste man in de ruimte, Joeri Gagarin. Het jaar daarop verklaarde president Kennedy: “We choose to go to the moon”. In 1969 was het zo ver. Maar 3 jaar later was het alweer voorbij. Apollo 17 was de laatste bemande ruimtemissie naar de maan. Sindsdien heeft niemand er nog een voet gezet. Het internationaal ruimtestation ISS draait rondjes rond onze planeet op een afstand die nauwelijks groter is dan pakweg Antwerpen-Parijs. Naar de maan is zo maar eventjes duizendmaal verder.

Waarom is er bijna een halve eeuw lang geen enkele mens meer naar de maan gestuurd? De belangrijkste reden is waarschijnlijk dat het de moeite niet loonde. Onbemande ruimtetuigen zijn intussen tot voorbij de grenzen van ons zonnestelsel gevlogen, terwijl de mens niet verder geraakt is dan wat maanstenen oprapen en rondhossen met een leuk maanwagentje. Veel wetenschappers die met astronomie en ruimtevaart bezig zijn, menen daarom dat onbemande ruimtevaart veel zinvoller is dan mensen (met al hun beperkingen) naar de ruimte te sturen. Zes jaar geleden heeft de Amerikaanse Voyager 1 als eerste sonde ons zonnestelsel verlaten, na een reis van 36 jaar en 18 miljard kilometer. Ik wil niet weten hoeveel picknicks astronauten voor zo’n lange trip zouden moeten meenemen.

Feit is dat de opbrengst van bemande ruimtevaart voor de mensheid redelijk beperkt is. De snoerloze boormachine, de infraroodthermometer of sportschoenen met lucht in de zool, het is allemaal fijn, maar ook niet zo baanbrekend.

Ook over de zin van onbemande ruimtevaart kan je vragen hebben, maar die heeft ons toch al meer inzicht gegeven in het ontstaan van onze aarde, en dus van de mens. Maar, zoals ik zei: mensen in de ruimte krijgen, op de maan en later op Mars, is prestige en dus de moeite waard voor politici op zoek naar een plaats in de geschiedenisboeken. Onlangs kondigde de Amerikaanse president Trump aan dat hij in 2024, voor het einde van zijn beoogde tweede ambtstermijn, mensen op de maan wil krijgen. Net als Kennedy opnieuw vooral prestige. Maar China, dat begin dit jaar als eerste land een sonde op de achterkant van de maan geland heeft, droomt ook van mensen op de maan. Ik ben benieuwd wie het zal halen.

Beluister het middagjournaal:

Lees ook: